Kamerleden hadden minder vaak baan buiten politiek

In het Financieel Dagblad van 9 mei 2017, pagina 8, betoogt parlementair historicus Bert van den Braak van het Parlementair Documentatiecentrum in Leiden dat Kamerleden voornamelijk uit de eigen politieke partij komen.

Nieuw Kamerlid komt toch nog vaak uit het ‘ons-kent-ons-circuit’

Het ideaal is natuurlijk dat gewone burgers eventjes hun burgerplicht doen en ongeveer 60.000 burgers vertegenwoordigt in het parlement. Daarna weer terug naar en verder met je gewone leven. Helaas, dat is steeds minder het geval.

Zo krijg je een politieke kaste waar burgers zich ook makkelijker tegen af kunnen zetten omdat ze een beroepsgroep vormen. Doordat ze zich richten op de eigen partij voor hun carrière ligt daar ook hun loyaliteit.

En doordat dit soort werk zich afspeelt in Den Haag komen ze natuurlijk ook voornamelijk uit de Randstad. Het is lastig om een bekende in de partij te zijn als je altijd uren reistijd naar het noorden, oosten of zuiden hebt te maken

. Omdat al dat partijwerk vaak in de avonduren en de weekends gebeurt, moet je wel een ondersteunende partner hebben die dat mogelijk maakt. Dat bevoordeelt mannen en kinderlozen in de praktijk weer natuurlijk. Ook niet goed voor de representativiteit. Strategisch carrière maken binnen de partij is natuurlijk ook typisch iets voor hoger opgeleiden. Jezelf kandidaat stellen uit inhoudelijke betrokkenheid met een onderwerp is dat veel minder. Dat kan elke burger wel. Maar die maakt weinig kans om te overleven binnen de partij…

Extra argument: verantwoordelijkheid nemen in een coalitie loont niet

Misschien een extra argument om partijen over te halen te kiezen voor een ‘burgerregering’, een regering met partijloze bestuurders. In de 1848 Factsheet van dinsdagochtend 4 april 2017 (ook hier) een overzicht wat er met je partij gebeurt bij de volgende verkiezingen als je deel uitmaakte van een coalitie. Dat levert je geen extra zetels. Goed, misschien kan je dan wel belangrijke doelen realiseren voor je partij, maar het electoraat beloont je er niet voor.

Enerzijds is het dan toch mooi dat er partijen zijn die desondanks toch ‘verantwoordelijkheid nemen’, maar bij een burgerregering zijn er nog steeds bestuurders die dat doen. Ze maken alleen geen deel uit van een partij en hoeven zich geen zorgen te maken over electoraal succes. Ze kunnen zich helemaal richten op goed beleid, want daar worden ze door de Tweede Kamer op afgerekend.

 

 

Een burgerregering, hoe dan?

De uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 geeft een mooie kans om een burgerregering te realiseren. Bijna niemand zal protesteren als Rutte weer minister-president wordt, maar om een coalitie te vormen zullen partijen zoals CDA, D66 en GroenLinks graag laten zien waar ze voor staan. Het uitruilen zoals Rutte met Samsom deed werd de PvdA niet in dank afgenomen. Daarnaast heeft de VVD hele slechte ministers gekend:

  • Henk Kamp van EZ is niet bepaald geliefd in Groningen door de gaswinning en het doorverwijzen van burgers naar de NAM bij klachten.
  • Melanie Schultz van Infrastructuur en Milieu heeft als carrièrepolitica vakkundig het lastige spoorwegendossier (met Fyra) bij haar staatssecrataris gedumpt zodat ze lintjes kon knippen voor nieuwe snelwegen en borden met 130 erop onthullen, een VVD-uithangbord
  • Ivo Opstelten en Ard van der Steur faalden als minister van Veiligheid & Justitie
  • Edith Schippers op Volksgezondheid, Welzijn en Sport was controversieel doordat het bedrijf van haar man dat profiteerde van  haar beleid
  • de staatssecretarissen Weekers en Wiebes kregen de Belastingdienst niet onder controle

Waarmee niet gezegd is dat de PvdA-ministers het beter deden. Hoe dan ook, tijd om hier veranderingen door te voeren. Het kan alleen maar beter worden.

Rutte wordt alom gewaardeerd voor zijn rol als minister-president, juist omdat hij zich zo min mogelijk bemoeit met het werk van de ministers. Juist deze flexibele, pragmatische Rutte zou goed een gezelschap van ministers en staatssecretarissen zonder politieke kleur kunnen leiden.

Maar waar vinden we dergelijke bestuurders? Dat is waar de burgers in het land een rol hebben. Die moeten goede ministers nomineren door ze in een brief aan te bevelen bij de Tweede Kamer via de voorzitter

Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

of desnoods via @2eKamertweets #ministeriabel

Het hoeft niet lang, want uiteindelijk zal elke kandidaat toch door een sollicitatiecommissie gecontroleerd worden. Als er maar een paar duizend namen binnenkomen waar minstens honderd goede kandidaten tussen zitten!

Eis een burgerregering

Naar aanleiding van de Volkskrant die 500 wetenschappers vroeg om ideeën voor een betere democratie, deze reactie. Ook op opiniestukken.nl.

De enige realistische verbetering van onze democratie is er één die geen stelselwijzigingen vereist. Burgers moeten daarom een ‘burgerregering’ eisen. Een formateur kan daar gelijk na de verkiezingen mee aan de slag door een ministerploeg samen te stellen die geen band heeft met politieke partijen. Zo beparen we ons ook een lastige en langdurige formatie. Burgers kunnen verder meehelpen door kandidaten voor te dragen.

Kent u een competente bestuurder? Stuur uw nominatie alvast naar de Kamervoorzitter. Goede kandidaten zullen namelijk niet zelf solliciteren op een ministerspost, ze moeten gevraagd worden. De aangedragen capabele bestuurders die boven komen drijven kunnen daarna hun burgerplicht niet ontduiken. Als een sollicitatiecommissie van de Tweede Kamer je oproept naar Den Haag te komen kan je niet met goed fatsoen wegblijven. Laat het niet aan de Tweede Kamer over om slechts de vacatures te publiceren, want dat is niet genoeg. Als minister wordt al je handelen gecontroleerd door de Tweede Kamer en iedereen vindt er wat van, dat maakt het een moeilijke klus. De ijdele en machtsbeluste types komen daar wel op af, maar veel goede kandidaten moeten over de streep worden getrokken voor deze nobele taak.

De noodzaak van deze voorgestelde scheiding van volksvertegenwoordiging en bestuur, wetgevende en uitvoerende macht, wordt geïllustreerd door Trump en dergelijke. Een Trump is goed in staat om een gevoel van een groot deel van de bevolking te vertolken maar is niet noodzakelijk ook een goede bestuurder. Vooral politici die beweren zelf de verpersoonlijking te zijn van de wil van het volk, populisten, zijn een probleem. Het bestuur van een democratie moet juist continue de discussie opzoeken om zich te verzekeren van democratische legitimatie; een democratisch bestuur is die van de hele volksvertegenwoordiging. Een populist omringt zich met ja-knikkers uit eigen kring; zijn ‘wil is wet’ omdat zijn wil die van het volk is. Wiens mening daarvan afwijkt is dus een landverrader.

In de coalitieregeringen in Nederland wordt nu een deel van de volksvertegenwoordiging op afstand gezet van het bestuur. Alleen de partijen die een regeerakkoord sluiten mogen bestuurders leveren. Zoiets lukt doorgaans alleen de bestuurderspartijen van het ‘partijkartel’ VVD-PvdA-CDA-D66. In deze ‘particratie’ is de rest slechts oppositie en mag af en toe ‘gedogen’ wanneer dat nodig is. Het is de macht van dit kartel wat weerzin wekt bij burgers die zich niet (langer) in deze partijen herkennen. Zo ontstaat onvrede met de democratie en vraagt men om bijvoorbeeld meer directe democratie of een autocratische leider. Dat is jammer, want ons stelsel biedt genoeg ruimte om het anders te doen.

Zo sluit een burgerregering geen ‘regeerakkoord’ met een paar partijen, maar zoekt het permanent akkoorden met wisselende meerderheden binnen de volksvertegenwoordiging. Er ontstaat een gezonde dialectiek tussen bestuur en volksvertegenwoordiging over de inhoud omdat de ministers niet loyaal hoeven te zijn aan hun ‘eigen’ partijen. Goed beleid en stabiliteit staat voorop. Als ze niet meer worden vertrouwd door een meerderheid dan onstaat er een vacature, maar de regering als geheel kan door regeren.

Volgende stap, onderteken de petitie op burgerregering.nl

Kamerervaring nodig voor ministers?

Eén kritiekpunt dat overblijft is dat het goed is voor ministers als ze ervaring in de Tweede Kamer hebben. Volgens Gijs Jan Brandsma en Mark Bovens:

Verreweg de belangrijkste risicofactor voor bewindslieden is echter onervarenheid op het Binnenhof. Bewindslieden die geen parlementaire ervaring hebben lopen maar liefst 70% meer kans om te moeten opstappen dan bewindslieden die wel Kamerlid zijn geweest.

Maar ook Gerdi Verbeet reageerde met deze kritiek op het voorstel om ministers voortaan van buiten de politiek te laten komen.

Wat zou hier een goede remedie tegen zijn? Voor aantreden een korte training over het informeren van de Tweede Kamer?

Obama: ‘It’s not cool to not know what you’re talking about’

In een speech voor class 2016 van Rutgers University bepleit Obama professionele politici. Ook hij maakt geen onderscheid tussen bestuurders en volksvertegenwoordigers, maar we kunnen wel veronderstellend dat hij de besturende politici bedoelt.

(…) it’s interesting that if we get sick, we actually want to make sure the doctors have gone to medical school, they know what they’re talking about.  (Applause.)  If we get on a plane, we say we really want a pilot to be able to pilot the plane.  (Laughter.)  And yet, in our public lives, we certainly think, “I don’t want somebody who’s done it before.”

Lees de hele speech op whitehouse.gov.

Voorbeelden op Politalk ondersteunen dit voorstel

Op Politalk.nl verschijnen allerlei discussies over de Nederlandse politieke actualiteit. Wat er voorbij komt is dikwijls een ondersteuning voor het voorstel van deze blog.

Zie bijvoorbeeld de posting over minister Ard van der Steur als debater.

Altijd had hij een mening klaar. Maar hij is geen student of Kamerlid meer, hij is minister, een bestuurder met andere verantwoordelijkheden.

Maar ook de continuïteit in beleid is problematisch. Veel VVD-ministers zullen niet terugkomen, als de VVD zelf al in de regering komt.

Wanneer de VVD straks toch aanschuift in een nieuwe coalitie (…) keert bijna de helft van de huidige zeven liberale ministers, op eigen verzoek, niet meer terug.

Of over de onvermijdelijkheid van een coalitie met 6 partijen.

een meerderheidscoalitie over rechts zónder de PVV is niet mogelijk.

Een centrum-linkse coalitie dan? Dat is zeker mogelijk. Het kabinet Buma I bestaat dan uit zes partijen

Kortom, tijd voor wat anders!

En ook volksvertegenwoordigers kunnen beter een professional zijn

In De Volkskrant van 7 november 2015 een pleidooi dat ook volksvertegenwoordigers beter zijn als professional, ondanks een verlangen naar de buitenstaander, een amateur.

Anne Bos, van het Nijmeegse centrum voor parlementaire geschiedenis:

“Debatteren leer je niet achter je bureau, en de ongeschreven regels van timing en coalities smeden staan niet in het reglement”

Wim Voermans, hoogleraar Staatsrecht in Leiden:

“Ervaren politici vinden slimmer compromissen”

“Weten wat je aan elkaar hebt, helpt om een oplossing te vinden”

“Parlementariërs met een groot netwerk krijgen makkelijker een Kamerbrede meerderheid bij elkaar.”

CDA-prominent Jan Schinkelshoek

“Weten wat er speelt, is in Den Haag fundamenteel.”

Conclusie van het pleidooi:

Afgaand op de peilingen zou de PVV bij nieuwe verkiezingen naar een recordhoogte van 36 zetels gaan. Terwijl nummer 12 tot en met 36 van de PvdA het veld zouden ruimen. Vernieuwing is leuk, maar die komt al automatisch op gang. De uitdaging is nu juist: continuïteit en ervaring bewaren.

Iedereen moet minister kunnen zijn

Op 13 oktober 2015 in een iets kortere versie verschenen in Trouw.

Het recente rapport “Meer democratie, minder politiek” van het Sociaal en Cultureel Planbureau laat zien dat Nederlanders tevreden zijn met hun democratie, maar niet met hun politici. Men wil wel meer inspraak, maar veel referenda hoeft ook weer niet. Liever de representatieve democratie met af en toe verkiezingen of een referendum dan een directe democratie met referenda over alles. Het alternatief voor politici wekt ook geen enthousiasme: “er is weinig steun voor besluitvorming door ondernemers of onafhankelijke experts. De grootste groep verkiest gekozen politici boven ondernemers en experts.”

Waar burgers volgens het SCP aanstoot aan nemen is het gepraat van politici. Ze gaan hun eigen gang of ze beloven veel en maken weinig waar. Het is, kortom, de partijpolitiek waar burgers genoeg van hebben. De spanning binnen een coalitie en met de oppositie is onnavolgbaar en weinig inhoudelijk. Het geeft politici een slechte reputatie, alsof ze vooral met zichzelf bezig zijn en niet met het land en de burgers.

Steven van Eijck was staatssecretaris in Balkenende I (2002), maar geen partijlid – foto Wikicommons

Er is een gulden middenweg die nu niet op het netvlies staat en ook niet onderzocht is. Partijpolitiek kan voorkomen worden door de directe toegang tot de macht voor de ‘winnaars’ van de verkiezingen af te snijden: laat de volledige Tweede Kamer vacatures opstellen voor de ministers, waar alle burgers op kunnen solliciteren. Bij verdere fragmentatie en polarisatie wordt een coalitie nu al steeds moeilijker. Maar een commissie die profielen opstelt voor de uitvoerende bestuurders is goed te doen. Documenten opstellen is dagelijkse kost voor Kamercommissies. Lidmaatschap van een partij zal dan als eis sneuvelen, want daar zal nooit overeenstemming over zijn. Maar over de speciale vaardigheden en de cv van de kandidaat wel. Zo krijg je alsnog die experts die ons miljarden kunnen besparen door geklungel te voorkomen.

Technocraat? Ontslag
Ondertussen blijft de representatieve democratie overeind, geen enkele wet hoeft hiervoor aangepast te worden. Volksvertegenwoordigers kunnen zich beperken tot de controle van de macht en het vertegenwoordigen van het volk. Zonder fractiediscipline, want partijen kunnen zich dan specialiseren op ideeën in plaats van het verkrijgen van macht. Fragmentatie van de partijen is dan geen probleem meer, want het bestuur is stabiel: incompetente bestuurders kunnen bij meerderheid van stemmen vervangen worden zonder dat we naar de stembus hoeven.

De grootste winst voor de democratie zit in de ingebouwde dialectiek tussen bestuur en volksvertegenwoordiging, heel dualistisch. In plaats van gepacificeerd in een coalitie met een regeerakkoord wordt het conflict tussen wens en daad uitgevochten in de openbaarheid. Gekke wensen worden door de minister ingetoomd met argumenten die verwijzen naar grondrechten, verdragen, natuurwetten, de stand van de technologie of te weinig budget. De burger kan zich weer goed herkennen in een eigen politicus en het bestuur heeft democratische legitimiteit. Dit levert geen technocratie op zonder democratische controle, want wie zich als technocraat ontpopt wordt weer ontslagen door de volksvertegenwoordigers.

Ook levert dit geen ‘zakenkabinet’ op dat op de tent past en politieke keuzes mijdt. Deze ministers volgen de wil van hun baas, het volk, door verkiezingsprogramma’s en uitspraken te bestuderen en vaak steun voor keuzerichtingen te vragen aan de Tweede Kamer door een handopsteken. De visie van zo’n dienende uitvoerder is gebaseerd op het draagvlak ervoor plus wat de publieke zaak vraagt. Als het volk het te gek maakt, dan kan de beroepseer zwaarder wegen: ‘voor mijn beleid heb ik uw vertrouwen nodig, anders zoekt u maar iemand anders.’ Een dergelijke minister is dus geen superambtenaar, maar wel degelijk iemand die politieke verantwoordelijkheid neemt. Geachte formateur, onderzoek deze optie!

compliment op Blendle

Gastblog: Van der Steur werd CEO van Philips omdat ie ervaring had bij de Mediamarkt

Gastblog van Ton F. van Dijk. Eerder, sinds 27-9-15 al, op zijn eigen f-site.

Laten we wel wezen: het ministerschap is een extreem zware baan met nog extremere valkuilen. Het vraagt veel van iemand om zo’n complexe maatschappelijke functie uit te oefenen. Constant zichtbaar. En ieder moment zijn er mensen bereid het vuurtje, dat moet leiden tot je definitieve ondergang, aan te steken.

Dit maakt de functie heel “bestuurlijk”, zoals dat wordt genoemd. Indien je minister bent dien je dus over zekere competenties en werkervaring beschikken. Het liefst heel veel bestuurlijke ervaring zo lijkt me,

In het bedrijfsleven zijn er speciale headhunters voor bestuurlijke topposities. Wie CEO wil worden van grote bedrijven als Philips of Shell wordt eindeloos gescreend.

Je komt er niet als je op je 30e niet al directeur was van een landenvestiging. Als je niet uitblonk door je managementvaardigheden. En als je niet rond je 40e over de bestuurlijke ervaring beschikt van een 55 jarige.

Kortom: voor een bestuurlijke topfunctie moet je nog al wat in huis hebben. Naast de juiste competenties en vaardigheden vooral toch relevante werkervaring. Dat zal iedere headhunter je kunnen bevestigen.

Dus naar wie ga je op zoek? Als de vraag krijgt, om na het vertrek van Ivo Opstelten als minister een bestuurlijk zwaargewicht als opvolger te zoeken?

Je bladert door je kaartenbak en selecteert op aantoonbaar trackrecord. Iemand die in het verleden heeft bewezen dat hij of zij een dergelijke zware bestuurlijke baan aan kan. Iemand ook met ervaring in crisismanagement. Want het departement van Justitie is “out of control” zo staat in de briefing, die je kreeg van opdrachtgever Mark Rutte. En zo vertelde ook Ivo Opstelten je in een achtergrondgesprek.

Nu is de grote vraag: Hoe groot is de kans dat je als ervaren headhunter op basis van bovenstaande profiel uit komt bij de huidige minister Ard van der Steur?

Op dat moment houder van een Antiquariaat in Haarlem. Advocaat te Leiden. En directeur van Kaviaar Holding BV? Oh ja, en hij is ook enige tijd gemeenteraadslid en Kamerlid geweest. En winnaar van diverse debatwedstrijden niet te vergeten. En zelfs ambtenaar van de burgerlijke stand. Een echte “rasbestuurder” dus.

De vraag stellen is hem beantwoorden. De kans dat je bij Ard van der Steur uitkomt is nul. Nihil. De man is qua achtergrond, ervaring en aantoonbaar trackrecord op bestuurlijk gebied totaal onervaren. Heeft zelfs nog nooit een zware bestuurlijke functie bekleed.

In het bedrijfsleven zouden ze zeggen: Van der Steur is een bestuurlijke nitwit.

Bij een headhunter met enige kennis van zaken zou Ard van der Steur niet eens zijn uitgenodigd voor een gesprek. Ja misschien als beleidsmedewerker, maar niet voor de vacature van minister.

Schermafbeelding 2015-09-27 om 10.15.41

Hoe kan het dan dat hij de baan toch kreeg? Omdat je in de politiek niet hoeft te beschikken over een bestuurlijk trackrecord. Het gaat er niet om wat je kan, maar wie je kent. Wie je vriendjes zijn. En of je een beetje welbespraakt meedoet in de Tweede Kamer. En op het juiste moment op de juiste plek bent. In de nabijheid van Mark Rutte bijvoorbeeld.

De politiek rekruteert eigenlijk volkomen at random. Niks bestuurlijke ervaring op topniveau. niks ervaring met het leiding geven aan ingewikkelde maatschappelijke organisaties of veranderingsprocessen. Gewoon lid van de juiste studentenclub. Dat is soms voldoende. 

Arme Van der Steur, hij heeft het postuur en de uitstraling van een zwaargewicht. Maar hij werd directeur van Philips omdat ie werkervaring had bij de Mediamarkt en daar wel eens een Philips televisie heeft verkocht.

Dit is dan ook het antwoord op alle 78 kamervragen die morgen pas naar de Kamer worden gestuurd. Bij deze uitgelekt. Lees hier de antwoorden op de vragen.

Beelden: NOS