Tagarchief: ministers

Kamerervaring nodig voor ministers?

Eén kritiekpunt dat overblijft is dat het goed is voor ministers als ze ervaring in de Tweede Kamer hebben. Volgens Gijs Jan Brandsma en Mark Bovens:

Verreweg de belangrijkste risicofactor voor bewindslieden is echter onervarenheid op het Binnenhof. Bewindslieden die geen parlementaire ervaring hebben lopen maar liefst 70% meer kans om te moeten opstappen dan bewindslieden die wel Kamerlid zijn geweest.

Maar ook Gerdi Verbeet reageerde met deze kritiek op het voorstel om ministers voortaan van buiten de politiek te laten komen.

Wat zou hier een goede remedie tegen zijn? Voor aantreden een korte training over het informeren van de Tweede Kamer?

Gastblog: Van der Steur werd CEO van Philips omdat ie ervaring had bij de Mediamarkt

Gastblog van Ton F. van Dijk. Eerder, sinds 27-9-15 al, op zijn eigen f-site.

Laten we wel wezen: het ministerschap is een extreem zware baan met nog extremere valkuilen. Het vraagt veel van iemand om zo’n complexe maatschappelijke functie uit te oefenen. Constant zichtbaar. En ieder moment zijn er mensen bereid het vuurtje, dat moet leiden tot je definitieve ondergang, aan te steken.

Dit maakt de functie heel “bestuurlijk”, zoals dat wordt genoemd. Indien je minister bent dien je dus over zekere competenties en werkervaring beschikken. Het liefst heel veel bestuurlijke ervaring zo lijkt me,

In het bedrijfsleven zijn er speciale headhunters voor bestuurlijke topposities. Wie CEO wil worden van grote bedrijven als Philips of Shell wordt eindeloos gescreend.

Je komt er niet als je op je 30e niet al directeur was van een landenvestiging. Als je niet uitblonk door je managementvaardigheden. En als je niet rond je 40e over de bestuurlijke ervaring beschikt van een 55 jarige.

Kortom: voor een bestuurlijke topfunctie moet je nog al wat in huis hebben. Naast de juiste competenties en vaardigheden vooral toch relevante werkervaring. Dat zal iedere headhunter je kunnen bevestigen.

Dus naar wie ga je op zoek? Als de vraag krijgt, om na het vertrek van Ivo Opstelten als minister een bestuurlijk zwaargewicht als opvolger te zoeken?

Je bladert door je kaartenbak en selecteert op aantoonbaar trackrecord. Iemand die in het verleden heeft bewezen dat hij of zij een dergelijke zware bestuurlijke baan aan kan. Iemand ook met ervaring in crisismanagement. Want het departement van Justitie is “out of control” zo staat in de briefing, die je kreeg van opdrachtgever Mark Rutte. En zo vertelde ook Ivo Opstelten je in een achtergrondgesprek.

Nu is de grote vraag: Hoe groot is de kans dat je als ervaren headhunter op basis van bovenstaande profiel uit komt bij de huidige minister Ard van der Steur?

Op dat moment houder van een Antiquariaat in Haarlem. Advocaat te Leiden. En directeur van Kaviaar Holding BV? Oh ja, en hij is ook enige tijd gemeenteraadslid en Kamerlid geweest. En winnaar van diverse debatwedstrijden niet te vergeten. En zelfs ambtenaar van de burgerlijke stand. Een echte “rasbestuurder” dus.

De vraag stellen is hem beantwoorden. De kans dat je bij Ard van der Steur uitkomt is nul. Nihil. De man is qua achtergrond, ervaring en aantoonbaar trackrecord op bestuurlijk gebied totaal onervaren. Heeft zelfs nog nooit een zware bestuurlijke functie bekleed.

In het bedrijfsleven zouden ze zeggen: Van der Steur is een bestuurlijke nitwit.

Bij een headhunter met enige kennis van zaken zou Ard van der Steur niet eens zijn uitgenodigd voor een gesprek. Ja misschien als beleidsmedewerker, maar niet voor de vacature van minister.

Schermafbeelding 2015-09-27 om 10.15.41

Hoe kan het dan dat hij de baan toch kreeg? Omdat je in de politiek niet hoeft te beschikken over een bestuurlijk trackrecord. Het gaat er niet om wat je kan, maar wie je kent. Wie je vriendjes zijn. En of je een beetje welbespraakt meedoet in de Tweede Kamer. En op het juiste moment op de juiste plek bent. In de nabijheid van Mark Rutte bijvoorbeeld.

De politiek rekruteert eigenlijk volkomen at random. Niks bestuurlijke ervaring op topniveau. niks ervaring met het leiding geven aan ingewikkelde maatschappelijke organisaties of veranderingsprocessen. Gewoon lid van de juiste studentenclub. Dat is soms voldoende. 

Arme Van der Steur, hij heeft het postuur en de uitstraling van een zwaargewicht. Maar hij werd directeur van Philips omdat ie werkervaring had bij de Mediamarkt en daar wel eens een Philips televisie heeft verkocht.

Dit is dan ook het antwoord op alle 78 kamervragen die morgen pas naar de Kamer worden gestuurd. Bij deze uitgelekt. Lees hier de antwoorden op de vragen.

Beelden: NOS

Lange termijn-beleid

Tijdens de opening van het academische jaar maakte de rector magnificus van de universiteit van Groningen, Elmer Sterken, een opmerking over politici. NRC Handelsblad citeerde hem (7 September 2012) met: “Politici zijn vanwege hun korte benoemingsperiode ‘blind’ voor de langetermijnargumenten.”

Als onze bestuurders niet langer politici zijn maar aangesteld door de politici, dan kunnen ze zelfs langer dienen dan de Tweede Kamer. Zij hoeven immers niet af te treden na verkiezingen als ze het goed doen. Ze kunnen doorgaan zolang als de Tweede Kamer daar vertrouwen in heeft.

Wat in de vacature van een minister?

Zowel de G500 afgelopen weekend als Wijffels in een uitzending van Nieuwsuur afgelopen vrijdag, maken een vergelijkbare analyse over de vastgelopen politieke cultuur. Ook leveren ze hoopgevende vooruitzichten over hoe het verder moet na 12 september. Hoe moeten we een regering vormen in dit gepolariseerde en gefragmenteerde politieke landschap? Waar Wijffels een minderheidsregering voorstelt die telkens zoekt naar meerderheden per onderwerp, wil de G500 graag zien dat de Tweede Kamer ministers uit het land aanstelt die geen deel uitmaken van een politieke partij. Wijffels stelt voor dat de ‘winnaar’ van de verkiezingen, degene met de meeste stemmen, het kabinet samenstelt. Omdat ook bij Wijffels het parlement moet instemmen met dat kabinet kunnen dat geen politiek uitgesproken bestuurders zijn. De G500 wil eerst een ideeformatie die coalities rondom ideeën oplevert. Daar worden dan ministers bij gevonden in het land. In beide voorstellen blijft het onduidelijk waar dergelijke ministers aan moeten voldoen. Daarom de vraag: wat moeten de Tweede Kamerleden in de vacature voor een minister zetten?

Een vast gegeven is dat de Kamer het praktisch nooit unaniem eens is over een maatregel. Dat is het bewijs van een gezonde democratie. Dat maakt het wel lastig om een kabinet samen te stellen die het eens is over een bepaalde richting. Dat is fnuikend voor het debat de jaren daarna. Daarom is het zaak om juist niet, zoals de G500 voorstelt, eerst over de inhoud te gaan praten en deel-regeerakkoorden te gaan afsluiten. Wijffels benadrukt dan ook dat dergelijke inflexibele oplossingen niet meer in deze snel veranderende tijd passen. Per onderwerp zal er de komende tijd telkens opnieuw gesproken moeten worden over de richting. De ideale minister moet dit goed kunnen faciliteren en volgen. Bij voorkeur moet dit iemand zijn die veel van het onderwerp af weet, maar ook iemand die de vaardigheid heeft ontwikkeld om draagvlak in te kunnen schatten voor een maatregel bij een verdeelde achterban. Dit is een taakomschrijving die totaal niet lijkt op die van de zogenaamde ‘daadkrachtige’ ministers die zich gesteund weten door de meerderheid van een coalitie.

Denk dan eerder aan de woordvoerders en leiders van economische sectoren die intern verdeeld zijn. Sectoren als het onderwijs, de zorg, het midden- en kleinbedrijf, de werkgevers en dergelijke kennen allemaal interne verdeeldheid op verschillende punten. De creativiteit die nodig is om in een dergelijke situatie vooruit te komen kan je ook herkennen bij de leiders van multi-nationale organisaties (zowel commercieel als ideëel). Zij hebben te maken met aandeelhouders, werknemers en landen waarin geproduceerd en verkocht wordt. Uiteindelijk zijn er mogelijk honderden goede kandidaten.

Dergelijke bestuurders, noem ze desnoods technocraten, houden zich doorgaans verre van de politiek omdat ze gruwen van de uitspraken die daarin normaal zijn. Zonder oog voor de conflicterende belangen en complexe technische werkelijkheid die zij wel goed kennen profileren politici zich immers bij het grote publiek met algemeenheden. Dat publiek weet wel ongeveer hoe de wereld waarin ze willen leven eruit moet zien, maar val ze niet lastig met de weerbarstige werkelijkheid. Een technocraat smult juist van complexiteit en conflicterende eisen. Dat doet een beroep op zijn of haar kennis en creativiteit om een oplossing te verzinnen, met de medewerking van een ministerie met duizenden ambtenaren. Ambtenaren die dan weer kennis van zaken moeten hebben. Inhuren van kennis en de politiek slim bespelen werkt onder een dergelijke minister niet meer. Zowel Kamer als minister dienen wordt dan het credo. Leiding kunnen geven aan het ministerie als een directoraat-generaal hoort dan ook bij de taakomschrijving.

De vraag van een journalist aan een kandidaat-minister zal dan ook niet zijn “hoe gaat u dit oplossen?” De ideale kandidaat zal elk antwoord beginnen met: “als je ziet wat technisch en financieel haalbaar is en waar draagvlak voor lijkt te zijn in de Tweede Kamer… ” De jacht op goede kandidaten is geopend. Als u een goede kandidaat kent dan kunt u de redacties van de grote tv-talkshows of uw krant tippen. De kans is namelijk groot dat ze nu nog onbekend zijn bij het grote publiek.