Tagarchief: zakenkabinet

Wat betekent een zakenkabinet tegenwoordig?

Politicoloog Gerard Drosterij bespreekt in zijn column vandaag de betekenis van het woord ‘zakenkabinet’ tegenwoordig. Dit naar aanleiding van het ‘takenkabinet’ dat in Curaçao  voor een korte periode is aangesteld om orde op zaken te stellen. Drosterij verwijst naar het verlangen van bijvoorbeeld Jort Kelder om “een club snelle jongens die het gemaakt hebben bij ASML of AkzoNobel” daarvoor aan te stellen. Nee, zegt hij, dergelijke types met centrale sturing op basis van marktprincipes heb je juist niet nodig op die plek. Die hebben we namelijk al: denk aan Schippers met haar privatisering van het electronisch patiëntendossier, prestatiecontracten voor universiteiten, etc.

Kortom, het is “tijd voor een echt zakenkabinet, bestaande uit wijze dames en heren die niet besmet zijn met veranderzucht, stuurdrang en marktadoratie.”

Zakenkabinet?

Het MKB in Nederland ziet het liefst een zakenkabinet volgens een onderzoek.Van de respondenten is 32% het helemaal eens en 32% eens met de stelling: ‘Het is wenselijk dat na de verkiezingen een zakenkabinet komt, met (voornamelijk) topmensen uit het bedrijfsleven die geen sterke band hebben met politieke partijen’. De grote aantrekkingskracht ervan is vaak dat een zakenkabinet daadkrachtig kan handelen. Niet te veel geklets en gedoe, maar orders geven die uitgevoerd worden. Er was zelfs een ondernemer die daarom bepleit dat het salaris van een minister-president omhoog moest, anders zou geen ondernemer de baan willen. De keerzijde van een dergelijk zakenkabinet is dat de legitimiteit ontbreekt. Andere zaken zijn veel belangrijker.

  • Een stabiele coalitie is in dit politieke landschap niet langer mogelijk, dat is de belangrijkste reden om extra-politieke bestuurders aan te stellen;
  • De Tweede Kamer kan haar termijn van vier jaar volmaken, een wens van burgers en experts;
  • Met de beste bestuurders van het land, met kennis van zaken, wordt er beter beleid gemaakt (voor ministers gelden nu andere criteria);
  • Omdat bestuurders geen politici zijn kunnen ze doen wat nodig is, niet datgene waarvan ze verwachten dat het een achterban pleziert;
  • Door dualisme – scheiding regering en parlement – is de rolverdeling duidelijker, wat veel van de huidige kritiek op politici kan wegnemen;
  • Een minister moet dan goed luisteren naar het parlement om een meerderheid te vinden en het parlement goed informeren om te overtuigen;
  • Een minister kan denken aan de lange termijn, want hoeft zich geen zorgen te maken over de verkiezingen.

Met andere woorden, het beleid van een extra-parlementair kabinet zou daadkrachtiger kunnen zijn, maar dat is het niet noodzakelijk. NRC Handelsblad is in haar commentaar op het nieuws nog stelliger met dat “het openbaar bestuur een volledig andere tak van sport is dan het bedrijfsbestuur. De wil is niet automatisch wet, de lijnen zijn per definitie lang en het aantal belangen waarmee de overheid rekening moet houden, ontelbaar. Daadkracht verzet misschien bergen in het bedrijfsleven, in het openbaar bestuur betekent het maar al te vaak een enkele reis naar het moeras.”

De belangrijkste winst van een kabinet zonder politici is dat het stabiel is en niet valt.