Tagarchief: zakenkabinet

Het zakenkabinet als roze olifant: denk niet aan een zakenkabinet

Als je iets nieuws voorstelt dan is het gevaar dat je voorstel wordt afgewezen omdat het doet denken aan iets dat men wel kent en dat niet voldoet: “Ja, dat kennen we, dat gaat niet werken.” Maar wat nu als het ook een reactie is op dat wat niet gaat werken?

Dit is wat mij overkomt als ik voorstel om bestuurders niet uit politieke partijen te halen. Aha, u wilt dus een zakenkabinet? Nee, dat wil ik niet. Maar het kwaad is al geschied. Vraag je gehoor om niet te denken aan een grote roze olifant zodat je het over iets anders kan hebben dan een grote roze olifant en je gehoor denkt de hele tijd ‘wat heeft dit met een roze olifant te maken en waarom moet ik steeds aan een roze olifant denken?

Zo las ik in De Hofvijver van het Montesqieu Instituut en in NRC door Hubert Smeets een betoog tegen het zakenkabinet. Daarom is het nodig om even duidelijk te maken waarom het voorstel op deze blog ook een reactie is op de tekortkomingen van een zakenkabinet. Smeets rekent af met 7 vergissingen en dwalingen als men een zakenkabinet oppert.

  1. Er is een objectieve beste uitkomst. Kan inderdaad niet. Zelfs een beursgenoteerd bedrijf heeft niet alleen winstmaximalisatie als doel. Zo is overleven op de middellange en langere termijn ook een doelstelling. Het kabinet moet ook rekening houden met allerlei wensen van verschillende groepen in de samenleving. Minderheden die beschermd moeten worden bijvoorbeeld. Daar zijn goede argumenten voor, daar moet rekening mee worden gehouden. Er zijn veel keuzes te maken. Hoe kom je daar uit? In gesprek met de volksvertegenwoordiging! De verkiezingsprogramma’s en de geschiedenis van de partijen brengen je al een eind op weg.
  2. Er is een beste manier om beleid te realiseren. Laat het aan de professionals over in plaats van deze amateurs. Nee, natuurlijk bestaat die niet. We rommelen allemaal wat aan. Maar het is wel van belang hoe dat gaat. Signalen uit de uitvoering, kennis van de technologie, onwelgevallige gegevens zijn allemaal nodig om er bij te betrekken. Als ministers eerst en vooral het politieke overleven van de eigen partij of coalitie ten doel hebben dan sneuvelt dat allemaal wel eens, terwijl de uitvoering ondergeschikt raakt aan die machtskwestie. De Tweede Kamer moet erop controleren dat dit allemaal niet gebeurt, moet een tegenmacht zijn ten opzichte van de bestuurders.
  3. De niet aan partijen gebonden ministers laten zich niet gek maken door de waan van de dag. Ze laten zich ook corrumperen door de macht. Jazeker, maar daar heb je nou juist die hele Tweede Kamer voor. Die moet controleren. Nu kunnen ze dat praktisch niet omdat de coalitie een meerderheid heeft. Dan blijft alleen de oppositie over. Maar ja, die heeft geen meerderheid.
  4. Een zakenkabinet laat niets aan het toeval over. Dit is overigens een nieuwe voor mij, maar zie punt twee. We rommelen allemaal wat aan als mensen. Maar het gaat erom hoe je dat doet. De Tweede Kamer moet dit controleren en er moet openheid bestaan over dat besturen. Kritiek erop moet mogelijk zijn. Denk aan de veiligheidscultuur in de vliegindustrie. Menselijk falen aantonen wordt daar beloond zodat iedereen gemotiveerd is om bij te dragen aan de veiligheid. Als een onderhoudstechnicus alarm slaat om te melden dat bij de revisie van een onderdeel 281 boutjes en moertjes zijn vervangen terwijl het er 282 moeten zijn dan wordt het vliegtuig gelijk tegen gehouden en hij wordt geprezen. Als hij wist dat hij aansprakelijk zou worden gehouden dan zou hij het niet melden in de hoop dat het goed afloopt.
  5. Een zakenkabinet zal minder politieke oppositie krijgen. Er zijn immers weer verkiezingen te winnen. Dit is het punt wat het belangrijkste is. De veronderstelling dat ministers afhankelijk zijn van de prestatie van de ‘eigen’ politieke partijen ligt hieraan ten grondslag. Nee, politieke partijen leveren immers geen ministers wat mij betreft, dus ministers hebben geen loyaliteit aan ‘eigen’ partij(en) maar aan goed beleid voor de hele Tweede Kamer. Ze moeten samen met de Tweede Kamer een compromis erdoor heen rommelen.
  6. Een zakenkabinet kan nationale eenheid smeden. Nee, dat bestaat per definitie niet. Net zoals er ook niet een enkele president kan zijn voor alle inwoners. Hoogstens een ceremoniële lintjesknipper die niks zegt en weinig controversieels doet. Praktisch onmogelijk, kijk naar de koningshuizen. Een ‘president van de democratie’ komt er meer bij in de buurt. Die gaat dan alleen over het bewaken van het democratisch bestel en is verder niet zo belangrijk. Een soort aangewezen informateur en formateur. En moet je nationale eenheid wel willen? Een meerderheidsdraagvlak voor een echt democratisch bestel is al heel wat en vooralsnog genoeg.
  7. Een oplossing voor de fragmentatie. Wat is het probleem bij de fragmentatie? Is het probleem dat de formatie van een nieuw kabinet moeilijker is? Ja, daar is dit wel een oplossing voor. Het kabinet is immers niet uit partijen afkomstig. Is het een antwoord op de overbelasting van Kamerleden en de onmogelijkheid voor kleine fracties om alle Commissievergaderingen met eigen specialisten bij te wonen? Dat is een probleem van de Tweede Kamer en staat er los van. Op zich is de fragmentatie een teken des tijds. Kiezers zijn geëmancipeerd en hebben uitgesproken voorkeuren. Zoals we in de supermarkt kiezen uit 6.000 tot 10.000 producten, zo kunnen we ook onze volksvertegenwoordiger nog nauwkeuriger kiezen. In principe kan dat nog fijnmaziger, tot 150 verschillende fracties aan toe. Maar uiteindelijk zijn er wel politieke families en stromingen waar ze bij horen. Zonder coalitiedwang verdwijnt die noodzaak tot profilering en komt er juist een premie op samenwerking onderling. Dan kan je namelijk duidelijker en sneller wensen overbrengen aan het kabinet dan wanneer je telkens andere partijen moet polsen. Het is makkelijker om wekelijks met elkaar in een fractievergadering te zitten. Gelukkig is fractiedwang dan minder noodzakelijk en kunnen individuele Kamerleden makkelijker zonder gevaar op uitstoting (fragmentatie!) afwijken van de partijlijn. Samenwerken wanneer het moet en profileren als ‘150e partij’ om als volksvertegenwoordiger te overleven.

Het is misschien toch meer een academisch debat?

Opfrissing: volksvertegenwoordigers en bestuurders opdelen levert een ‘burgerregering’

Het onderstaande staat ook op opfrissing.nl zelf.

Opfrissing suggereert onder andere het mogelijk maken van minderheidsregeringen.

Waarom is dit zo belangrijk en hoe zou D66 daar vorm aan kunnen geven?

Volksvertegenwoordigers als bestuurders levert onvrede

Om dit duidelijk te krijgen is het van groot belang om altijd een helder onderscheid te maken tussen volksvertegenwoordigers en bestuurders. De eerste worden gekozen en de tweede ‘komen ergens vandaan’.

De politieke onvrede van burgers, wereldwijd, wordt doorgaans niet door de democratie veroorzaakt maar door de politici. Sterker nog, ‘democratische’ landen krijgen nog steeds de voorkeur boven corrupte landen. Men stemt letterlijk met de voeten voor democratie, ook al is dat levensgevaarlijk.

Men is vooral ontevreden over de politici met macht. Ze doen dan hun vertegenwoordigende werk al snel minder goed in de beleving van de burger. Ze zeggen en doen wat wat afwijkt van wat beloofd was in campagnetijd.

De uitzonderingen hierop zijn de volksvertegenwoordigers die geen ‘verantwoordelijkheid nemen’, zoals dat denigrerend wordt genoemd door de gevestigde partijen. Dergelijke politici zijn juiste goede volksvertegenwoordigers in de letterlijke betekenis en worden soms zelfs zelf bestuurder.

Worden ze bestuurder dan voeren ze hun campagnebeloftes letterlijk uit of ze gaan zich alsnog als gewone politici gedragen en overleven ze de volgende verkiezingen niet.

Ideologisch geëmancipeerde burgers zoeken authenticiteit

Er is nu een politieke markt voor extreme volksvertegenwoordigers die zich specialiseren in het vertegenwoordigen van het volk door zich af te zetten van de partijen die het land (mee)besturen. In presidentiële ‘winner takes all’-districtenstelsels is het zelfs mogelijk te winnen: Trump werd president, Marine le Pen bijna.

De zogenaamde ‘bestuurderspartijen’ zijn de afgelopen decennia zo vertrouwd geworden met hun besturende rol dat ze het vertegenwoordigende deel, met name het ideologische, verliezen. Dat er politieke compromissen gemaakt moeten worden is nog wel uit te leggen, maar dat de politieke ideologie moet sneuvelen niet.

Bij burgers komt dit al snel over als ‘corrupte politici’. Sommige partijen zoals de VVD komen daar mee weg, andere moeten ‘herbronnen’. Het CDA en nu ook D66.

Doordat de ideologisch geëmancipeerde burger op zoek is naar authenticiteit bij de kandidaten (Klaver, Baudet, Wilders, Buma) wordt het in Nederland moeilijker een meerderheidscoalitie te vormen. Het midden erodeert.

Coalities zijn noodzakelijk en niet erg

Het vormen van een coalitie is op zich wel te verdedigen als het gaat om het bundelen van de krachten in het parlement op bepaalde overeenkomstige thema’s. Daardoor voorkom je dat alle Kamerleden permanent over alles moeten onderhandelen. Maar het gaat fout als het smeden van een coalitie recht geeft op het leveren van bestuurders. Een relatief recent fenomeen van na de oorlog.

Deze toegang tot de macht maakt de politici van bestuurderspartijen ongeloofwaardig voor burgers. Ze willen gewoon een baantje met veel macht! Plucheplakkers! Dat is schadelijk voor het aanzien van de democratie.

Verander alleen ongeschreven regels

Deze ongeschreven regel kan elk moment opgegeven worden door bestuurderspartijen. Met name D66 kan dit doen om ideologisch geloofwaardiger te worden: goed voor het aanzien van de democratie en vooral de politici erin. De formele regels veranderen is een hachelijke en tijdrovende zaak weet D66 uit eigen ervaring.

Het zou waanzin zijn voor D66 om uit de regering te stappen zonder een goed alternatief. In plaats van D66-bewindslieden in het kabinet achter te laten is het zaak om (een zo groot mogelijk deel) van het kabinet te ‘democratiseren’. Om te beginnen met de minister die over democratie gaat en het referendum heeft afgeschaft, Ollongren van Binnenlandse Zaken.

Vacatures opgesteld door Kamer

Laat de minister door de plenaire volksvertegenwoordiging kiezen. Om de ministerspost los te koppelen van de persoon stelt de Tweede Kamer eerst een profiel op van de ideale opvolger. Dan worden alle burgers gevraagd om uit te kijken naar een goede kandidaat en die te nomineren met een mailtje naar voorzitter@tweedekamer.nl

Er komen maximaal 17 miljoen namen binnen waaruit een eerste selectie makkelijk te maken is. De burgers die een suggestie deden van iemand die het niet is geworden krijgen een antwoord met uitleg op welke punten de kandidaat niet voldoet. Burgers antwoord met uitleg geven is ook democratisch.

Uiteindelijk blijven er honderden of duizenden geschikte kandidaten over. Het is onwaarschijnlijk dat ze partijlid zijn. Als gewone burgers hebben ze in het geheim gestemd. Waarschijnlijk op verschillende partijen en waarschijnlijk hebben ze regelmatig spijt gehad van hun keuze, zoals de meeste burgers.

Kamerleden doen burgers een ‘aanzoek’ om minister te worden

De best gekwalificeerde kandidaten worden na een besloten vooronderzoek fysiek opgezocht door de Kamercommissie. Voor een besloten interview met de kandidaat en diens omgeving. Als daaruit geen zwaarwegende medische of persoonlijke bezwaren uit naar voren komen dan volgt het verzoek (of aanzoek?) mee te doen aan de verdere procedure.

De aandacht van en het omgaan met de media is voor de kandidaat dan vergelijkbaar met het kennismaken met potentiële schoonouders. Ze zullen hun geschiktheid al kunnen etaleren door over kennis en kunde te praten en journalisten zullen sommige kandidaten laten inzien dat het beter is zich terug te trekken.

Degenen die het niet geworden zijn hebben door de nominatie op zich al een soort lintje gekregen die ze de rest van hun leven als opsteker kunnen gebruiken. Bij een volgende vacature zullen ze waarschijnlijk weer genomineerd worden.

Het ambt kiest jou en niet andersom

Op deze manier worden de ijdeltuiten zonder capaciteiten die zich naar voren ellebogen zoveel mogelijk uitgefilterd. Het ambt kiest jou en niemand kan er voor kiezen om minister te worden. Dat betekent ook dat degenen met die ambitie zich niet meer bij een politieke partij moeten melden maar zich moeten bewijzen in de gewone wereld. Iedereen met wie je omgaat kan jou ooit nomineren. Het ‘afbreukrisico’ is klein. Totdat de Kamercommissie zich bij de receptie meldt is er geen sprake van dat je een kans maakt.

Politieke partijen als ideologische bron

Dit schoont de politieke partijen op van degenen die niet echt volksvertegenwoordiger willen en kunnen zijn. Lid worden van een partij heeft alleen zin om inhoudelijke, ideologische redenen. Partijen zullen zich meer als denktank en ideologische bron kunnen profileren.

Kamerakkoord

Eenmaal geïnstalleerd als minister of staatssecretaris hoeven de bestuurders zich ook nooit aan een enkele partijdoctrine te houden. Ze moeten rekening houden met de volledige Tweede Kamer en vooral de kwaliteit van het beleid. Daar worden ze op afgerekend. Het ligt voor de hand dat ze dan wel een leidraad krijgen in de vorm van een Kamerakkoord, zoals er op gemeentelijk niveau soms al een Raadsakkoord bestaat.

Democratiseer het bestuur

Door alle burgers de gelegenheid te geven andere burgers te nomineren als bestuurder wordt het verschil tussen volksvertegenwoordiger en bestuurder duidelijker voor iedereen. Heeft jouw leidinggevende bijvoorbeeld de capaciteiten? De grootte van je campagnebudget doet er niet toe. Amerikaanse toestanden waarbij (het kopen van) aandacht bepaalt of je president wordt voorkom je hiermee. Toch is dit geen regulier ‘zakenkabinet’ of een kabinet met ‘technocraten’. Dit kan je beter een ‘burgerregering’ noemen, om het verschil met de volksvertegenwoordiging te benadrukken.

Zakenkabinet is anders

De bestuurders zijn namelijk aangenomen door de grootst mogelijke meerderheid van de Tweede Kamer voor onbepaalde tijd. De leden van een zakenkabinet daarentegen krijgen de opdracht om op de tent te passen omdat het niet lukt om op een traditionele manier tot een regering te komen.

Ook technocraten hebben ideologie nodig

Technocratische oplossingen kunnen ze ook niet opleggen. De Tweede Kamer in de vorm van het Kamerakkoord, maar ook de programma’s van alle partijen samen, geven de ideologische bandbreedte aan waarbinnen ze kunnen opereren. Ze hebben wel meer ruimte om beleid te baseren op onderzoek en cijfers, maar het kader daarvoor wordt ideologisch aangegeven door de volksvertegenwoordiging. Immers, technocraten kunnen en konden ook Hitler’s ideologie uitvoeren. De treinen op tijd, alleen de bestemming was verkeerd.

Geen minderheids- maar burgerregering

Kortom, D66, stap uit de regering, maar vervang de ministers door burgers. De kiezer zal dit belonen als D66 dit ook na de volgende verkiezingen weer weet af te dwingen. De term minderheidsregering is alleen minder toepasselijk, het is een ‘burgerregering’ gekozen door de volksvertegenwoordiging.

Wat betekent een zakenkabinet tegenwoordig?

Politicoloog Gerard Drosterij bespreekt in zijn column vandaag de betekenis van het woord ‘zakenkabinet’ tegenwoordig. Dit naar aanleiding van het ‘takenkabinet’ dat in Curaçao  voor een korte periode is aangesteld om orde op zaken te stellen. Drosterij verwijst naar het verlangen van bijvoorbeeld Jort Kelder om “een club snelle jongens die het gemaakt hebben bij ASML of AkzoNobel” daarvoor aan te stellen. Nee, zegt hij, dergelijke types met centrale sturing op basis van marktprincipes heb je juist niet nodig op die plek. Die hebben we namelijk al: denk aan Schippers met haar privatisering van het electronisch patiëntendossier, prestatiecontracten voor universiteiten, etc.

Kortom, het is “tijd voor een echt zakenkabinet, bestaande uit wijze dames en heren die niet besmet zijn met veranderzucht, stuurdrang en marktadoratie.”

Zakenkabinet?

Het MKB in Nederland ziet het liefst een zakenkabinet volgens een onderzoek.Van de respondenten is 32% het helemaal eens en 32% eens met de stelling: ‘Het is wenselijk dat na de verkiezingen een zakenkabinet komt, met (voornamelijk) topmensen uit het bedrijfsleven die geen sterke band hebben met politieke partijen’. De grote aantrekkingskracht ervan is vaak dat een zakenkabinet daadkrachtig kan handelen. Niet te veel geklets en gedoe, maar orders geven die uitgevoerd worden. Er was zelfs een ondernemer die daarom bepleit dat het salaris van een minister-president omhoog moest, anders zou geen ondernemer de baan willen. De keerzijde van een dergelijk zakenkabinet is dat de legitimiteit ontbreekt. Andere zaken zijn veel belangrijker.

  • Een stabiele coalitie is in dit politieke landschap niet langer mogelijk, dat is de belangrijkste reden om extra-politieke bestuurders aan te stellen;
  • De Tweede Kamer kan haar termijn van vier jaar volmaken, een wens van burgers en experts;
  • Met de beste bestuurders van het land, met kennis van zaken, wordt er beter beleid gemaakt (voor ministers gelden nu andere criteria);
  • Omdat bestuurders geen politici zijn kunnen ze doen wat nodig is, niet datgene waarvan ze verwachten dat het een achterban pleziert;
  • Door dualisme – scheiding regering en parlement – is de rolverdeling duidelijker, wat veel van de huidige kritiek op politici kan wegnemen;
  • Een minister moet dan goed luisteren naar het parlement om een meerderheid te vinden en het parlement goed informeren om te overtuigen;
  • Een minister kan denken aan de lange termijn, want hoeft zich geen zorgen te maken over de verkiezingen.

Met andere woorden, het beleid van een extra-parlementair kabinet zou daadkrachtiger kunnen zijn, maar dat is het niet noodzakelijk. NRC Handelsblad is in haar commentaar op het nieuws nog stelliger met dat “het openbaar bestuur een volledig andere tak van sport is dan het bedrijfsbestuur. De wil is niet automatisch wet, de lijnen zijn per definitie lang en het aantal belangen waarmee de overheid rekening moet houden, ontelbaar. Daadkracht verzet misschien bergen in het bedrijfsleven, in het openbaar bestuur betekent het maar al te vaak een enkele reis naar het moeras.”

De belangrijkste winst van een kabinet zonder politici is dat het stabiel is en niet valt.