Alle berichten van rrustema

Over rrustema

Initiator and manager of petities.nl (Dutch national petitions website)

Het zakenkabinet als roze olifant: denk niet aan een zakenkabinet

Als je iets nieuws voorstelt dan is het gevaar dat je voorstel wordt afgewezen omdat het doet denken aan iets dat men wel kent en dat niet voldoet: “Ja, dat kennen we, dat gaat niet werken.” Maar wat nu als het ook een reactie is op dat wat niet gaat werken?

Dit is wat mij overkomt als ik voorstel om bestuurders niet uit politieke partijen te halen. Aha, u wilt dus een zakenkabinet? Nee, dat wil ik niet. Maar het kwaad is al geschied. Vraag je gehoor om niet te denken aan een grote roze olifant zodat je het over iets anders kan hebben dan een grote roze olifant en je gehoor denkt de hele tijd ‘wat heeft dit met een roze olifant te maken en waarom moet ik steeds aan een roze olifant denken?

Zo las ik in De Hofvijver van het Montesqieu Instituut en in NRC door Hubert Smeets een betoog tegen het zakenkabinet. Daarom is het nodig om even duidelijk te maken waarom het voorstel op deze blog ook een reactie is op de tekortkomingen van een zakenkabinet. Smeets rekent af met 7 vergissingen en dwalingen als men een zakenkabinet oppert.

  1. Er is een objectieve beste uitkomst. Kan inderdaad niet. Zelfs een beursgenoteerd bedrijf heeft niet alleen winstmaximalisatie als doel. Zo is overleven op de middellange en langere termijn ook een doelstelling. Het kabinet moet ook rekening houden met allerlei wensen van verschillende groepen in de samenleving. Minderheden die beschermd moeten worden bijvoorbeeld. Daar zijn goede argumenten voor, daar moet rekening mee worden gehouden. Er zijn veel keuzes te maken. Hoe kom je daar uit? In gesprek met de volksvertegenwoordiging! De verkiezingsprogramma’s en de geschiedenis van de partijen brengen je al een eind op weg.
  2. Er is een beste manier om beleid te realiseren. Laat het aan de professionals over in plaats van deze amateurs. Nee, natuurlijk bestaat die niet. We rommelen allemaal wat aan. Maar het is wel van belang hoe dat gaat. Signalen uit de uitvoering, kennis van de technologie, onwelgevallige gegevens zijn allemaal nodig om er bij te betrekken. Als ministers eerst en vooral het politieke overleven van de eigen partij of coalitie ten doel hebben dan sneuvelt dat allemaal wel eens, terwijl de uitvoering ondergeschikt raakt aan die machtskwestie. De Tweede Kamer moet erop controleren dat dit allemaal niet gebeurt, moet een tegenmacht zijn ten opzichte van de bestuurders.
  3. De niet aan partijen gebonden ministers laten zich niet gek maken door de waan van de dag. Ze laten zich ook corrumperen door de macht. Jazeker, maar daar heb je nou juist die hele Tweede Kamer voor. Die moet controleren. Nu kunnen ze dat praktisch niet omdat de coalitie een meerderheid heeft. Dan blijft alleen de oppositie over. Maar ja, die heeft geen meerderheid.
  4. Een zakenkabinet laat niets aan het toeval over. Dit is overigens een nieuwe voor mij, maar zie punt twee. We rommelen allemaal wat aan als mensen. Maar het gaat erom hoe je dat doet. De Tweede Kamer moet dit controleren en er moet openheid bestaan over dat besturen. Kritiek erop moet mogelijk zijn. Denk aan de veiligheidscultuur in de vliegindustrie. Menselijk falen aantonen wordt daar beloond zodat iedereen gemotiveerd is om bij te dragen aan de veiligheid. Als een onderhoudstechnicus alarm slaat om te melden dat bij de revisie van een onderdeel 281 boutjes en moertjes zijn vervangen terwijl het er 282 moeten zijn dan wordt het vliegtuig gelijk tegen gehouden en hij wordt geprezen. Als hij wist dat hij aansprakelijk zou worden gehouden dan zou hij het niet melden in de hoop dat het goed afloopt.
  5. Een zakenkabinet zal minder politieke oppositie krijgen. Er zijn immers weer verkiezingen te winnen. Dit is het punt wat het belangrijkste is. De veronderstelling dat ministers afhankelijk zijn van de prestatie van de ‘eigen’ politieke partijen ligt hieraan ten grondslag. Nee, politieke partijen leveren immers geen ministers wat mij betreft, dus ministers hebben geen loyaliteit aan ‘eigen’ partij(en) maar aan goed beleid voor de hele Tweede Kamer. Ze moeten samen met de Tweede Kamer een compromis erdoor heen rommelen.
  6. Een zakenkabinet kan nationale eenheid smeden. Nee, dat bestaat per definitie niet. Net zoals er ook niet een enkele president kan zijn voor alle inwoners. Hoogstens een ceremoniële lintjesknipper die niks zegt en weinig controversieels doet. Praktisch onmogelijk, kijk naar de koningshuizen. Een ‘president van de democratie’ komt er meer bij in de buurt. Die gaat dan alleen over het bewaken van het democratisch bestel en is verder niet zo belangrijk. Een soort aangewezen informateur en formateur. En moet je nationale eenheid wel willen? Een meerderheidsdraagvlak voor een echt democratisch bestel is al heel wat en vooralsnog genoeg.
  7. Een oplossing voor de fragmentatie. Wat is het probleem bij de fragmentatie? Is het probleem dat de formatie van een nieuw kabinet moeilijker is? Ja, daar is dit wel een oplossing voor. Het kabinet is immers niet uit partijen afkomstig. Is het een antwoord op de overbelasting van Kamerleden en de onmogelijkheid voor kleine fracties om alle Commissievergaderingen met eigen specialisten bij te wonen? Dat is een probleem van de Tweede Kamer en staat er los van. Op zich is de fragmentatie een teken des tijds. Kiezers zijn geëmancipeerd en hebben uitgesproken voorkeuren. Zoals we in de supermarkt kiezen uit 6.000 tot 10.000 producten, zo kunnen we ook onze volksvertegenwoordiger nog nauwkeuriger kiezen. In principe kan dat nog fijnmaziger, tot 150 verschillende fracties aan toe. Maar uiteindelijk zijn er wel politieke families en stromingen waar ze bij horen. Zonder coalitiedwang verdwijnt die noodzaak tot profilering en komt er juist een premie op samenwerking onderling. Dan kan je namelijk duidelijker en sneller wensen overbrengen aan het kabinet dan wanneer je telkens andere partijen moet polsen. Het is makkelijker om wekelijks met elkaar in een fractievergadering te zitten. Gelukkig is fractiedwang dan minder noodzakelijk en kunnen individuele Kamerleden makkelijker zonder gevaar op uitstoting (fragmentatie!) afwijken van de partijlijn. Samenwerken wanneer het moet en profileren als ‘150e partij’ om als volksvertegenwoordiger te overleven.

Het is misschien toch meer een academisch debat?

Andere bestuurscultuur, andere bestuurders

De huidige bestuurscultuur wordt gedragen door bestuurders met bepaalde ‘politieke vaardigheden’. Inhoudelijke kennis is bijzaak. Wil je een andere bestuurscultuur, stel dan kennis over technologie en uitvoering voorop: software, natuurwetten, schaarste en de menselijke maat moeten geen bijzaak zijn maar hoofdzaak.
Nu gaat het om de vaardigheid coalities te kunnen sluiten en behouden door de juiste woorden te kiezen. Ambtelijke stukken te begrijpen en vertalen naar politieke potentie en gevaar. Processen, regels, onderzoeken en institutionele verhoudingen in het openbaar bestuur te gebruiken. Kortom, jongleren met fruit in plaats van de schil eraf halen.

Ministers nu hebben vooral het profiel van volksvertegenwoordigers; gewone middenklasse-types uit de pratende klasse: een basisschoolleraar met een voltooide cursus schoolleider. Een legerofficierbankmedewerkerprojectmanagerconsultantmedewerker dierenartsenpraktijkgespreksleider en strategisch adviseur. Een organisatieadviseuradvocaat-hoogleraar-columnist en een all-round beleidsmedewerker. Twee keer een onderzoeker/docent. Een ambtenaarleraar maatschappijleerconsultantadvocaat en een fractiemedewerker. Niet eentweedrie of vier maar wel vijf beleidsmedewerkers van een ministerie. Dit hele team staat onder leiding van een medewerker personeelszaken. Alleen de diplomate is een vreemde eend in dit gezelschap.

Combineer dit met het gegeven dat veel expertise bij ministeries is verdwenen omdat ambtenaren daar moeten rouleren van positie. Kennis kan je altijd ergens inhuren. De uitvoerders worden via een aanbesteding geselecteerd of het wordt bij een uitvoeringsorganisatie op afstand over de schutting gegooid. 

Natuurlijk pleit ik niet voor het aanstellen van technocraten. Het ‘technocratische’ wordt deze bestuurders juist verweten. Maar dat slaat dan op die vaardigheden. Die leerden ze als raadslid, wethouder, Kamerlid of fractiemedewerker. De gelederen moeten gesloten blijven èn er moet rekening worden gehouden met de belangen van coaltiepartners. Dat leer je door te doen, helaas ten koste van specialiseren.

Een situatie waarin een echte expert de Tweede Kamer college gaat geven over het klimaat, de jeugdzorg, de woningmarkt of wat dan ook is een bom onder de coalitie. Die bestaat namelijk dankzij een document, vaak van jaren eerder, over een door het electoraat gewenste wereld. Bijvoorbeeld met beloftes over woningbezit, ongehinderd consumeren, nationalisme, blauw op straat, disciplineren van uitkeringstrekkers, wereldleed buiten de grenzen houden en bezuinigen op luie ambtenaren. Of wat anders van de andere partijen of in andere tijden. Verschillende campagnethema’s worden na langdurige onderhandelingen bevroren met zorgvuldig gekozen woorden en worden de uitvoering ingepompt.

Bij het verdedigen ervan dringt inhoudelijke kennis bij een bewindspersoon wel eens naar de oppervlakte dankzij een eerdere functie, maar als dat niet dienstbaar is aan de coalitie dan kunnen ze dat goed inslikken. 
Als jaren later blijkt dat het beleid slecht was zijn de bewindslieden alweer weg. Tenzij een bewindspersoon een decennium weet te overleven, maar dat is uitzonderlijk. 

De feedbackloop in coronatijd is nu zo kort dat de gevolgen van beleid wèl gelijk zichtbaar zijn. De roep om een andere minister neemt nu toe. Maar als een volgende minister uit dezelfde klasse komt als nu, wat schieten we er dan mee op? 

Bestuurders die zich wel graag laten hinderen door vakkennis van zichzelf of experts komen niet ver in het openbaar bestuur. Niet alleen omdat je vroeg of laat afgerekend wordt op ‘onbetrouwbaarheid’, bijvoorbeeld omdat je je door feiten uit de uitvoeringsorganisatie laat overtuigen, maar ook omdat je veel tijd moet investeren in politiek, ten koste van kennis verwerven.

Laat in pragmatisch Nederland de complexe wereld weer toe tot het bestuur. Laat de wensdromen over aan de volksvertegenwoordigers. Dat zal wel betekenen dat een nexit, immigratie, windmolens en wat niet al echt besproken worden, maar dat hoort bij een volksvertegenwoordiging. Bestuurders kunnen niet ook volksvertegenwoordigers zijn, politiek eindverantwoordelijk is al genoeg. Als het erop aankomt zal er niet genoeg steun zijn iemand die inhoudelijk overtuigt weg te sturen. Wel moeten individuele ministers vervangen kunnen worden zonder dat de hele ploeg vertrekt en er nieuwe verkiezingen nodig zijn. Er verschijnt dan gewoon een vacature waar iedereen in het land een bestuurders voor kan suggereren. 

Door een coalitie niet te verpersoonlijken in bestuurders kunnen coalities na elk dualistisch debat gesloten worden, op onderwerp en de weerbarstige inhoud, los van een coalitiediscipline.

Afscheidsinterview met griffier van Almere

Het echte dualisme heeft lokaal in twintig jaar nooit stevig voet aan de grond gekregen, vindt hij. Hij rekent het ook de landelijke politieke partijen aan. Toen in 2002 mogelijk werd wethouders van buiten de gemeenteraad te benoemen, werd het in meerdere gemeenten gebruikelijk die te „laten invliegen”. „Het is toch te gek dat Amsterdam geen wethouders kan vinden en die uit Utrecht haalt, waar ze weer wethouders uit Enschede halen? Het is toch te gek dat er in Almere onder 215.000 inwoners onvoldoende kandidaten gevonden worden?” Pruim zegt: „Partijen zoeken te makkelijk naar mensen met naam. Maar die hebben juist niet direct verbinding met de stad.”

Is een goede opmerking van de pensionerend griffier van Almere in een afscheidsinterview in NRC. Dit slaat natuurlijk op PvdA-wethouder Sharon Dijksma die vanuit Enschede naar Amsterdam ging en daar nauwelijks een paar jaar functioneerde en alweer vertrok om burgemeester te worden in Utrecht.

Re: De Hofvijver Jaargang 11, nummer 119 ‘Over een andere boeg’

In De Hofvijver 119 van het Montesqieu Instituut aandacht voor ‘over een andere boeg’: een minderheidskabinet, een extraparlementaire aanpak en zelfs een zakenkabinet.

Een aantal onderzoekers verzamelen ‘kan niet’-argumenten omdat “de vorming van een ‘regulier’ parlementair meerderheidskabinet onder leiding van Mark Rutte (…) met de dag lastiger (…) wordt.”

Minderheidskabinet

  • het past niet bij de Nederlandse politieke cultuur
  • het is te instabiel
  • het is niet effectief genoeg.

Nou, politieke cultuur kan veranderen. Daar gaat het nu juist om, dat moet nu. De stabiliteit komt doordat het kabinet als geheel opstapt in plaats van dat individuele bewindslieden opstappen. Dat kan anders. Effectief is niet zaligmakend. Kijk naar de effectiviteit van Rutte. Dat is nu juist een probleem geworden.

Maar goed, er worden allerlei opties genoemd. Er kan wel wat.

Zakenkabinet

“een kabinet dat alleen lopende zaken behartigt, een kabinet dat bestaat uit technocraten of een combinatie”

In het artikel worden technocraten en buitenstaanders voor het gemak op een hoop geveegd en dan neergezet als vakministers die ook in ‘parlementaire kabinetten’ zitten. En dan worden Kaag en Grapperhaus als voorbeeld genoemd. Maar die zijn door partijen geselecteerd en dàt is nou juist het probleem.

“Een kabinet dat uitsluitend uit ‘vakministers’ bestond, kwam niet voor en is ook weinig waarschijnlijk. Kabinetten hebben nu eenmaal een minimale parlementaire (politieke) basis nodig.”

Dit is een raadselachtige zin. Het is juist wel te realiseren in onderhandeling met de Tweede Kamer. Waarom dit niet kan is duidelijk. Makkelijker wordt het er misschien niet op, maar democratie heeft een prijs. Je moet met iedereen in gesprek blijven. Een deel van de volksvertegenwoordigers passeren is dan wel reuze efficiënt, maar vroeg of laat breekt dat je weer op.

“Politiek en parlement zijn bovendien terreinen met eigen regels en eigen dynamiek, waarbij alleen vakkennis veelal niet voltstaat.”

Maar waarom zou je nou juist die kennis niet kunnen inhuren? Met een handvol assistenten desnoods. Het is juist minder moeilijke kennis dan de vakkennis die je in jaren moet vergaren. Het is eerder een vaardigheid die politiek assistenten je in de eerste maanden kunnen influisteren en daarna heb je het snel door. In een avond het ‘handboek minister’ lezen is al een goede basis (pdf, 47 pagina’s, 3-5-2019).

“Belangrijk is verder dat voor kabinetsbeleid homogeniteit een voorwaarde is. Ministers moeten gezamenlijk tot standpunten komen en dus politieke keuzes maken.”

Samen met de Tweede Kamer natuurlijk. Op basis van verkiezingsprogramma’s, stemmingen, staand beleid, internationale verdragen, mensenrechten, stand van de techniek, etc. Dan komt er wel een discussie over de Nexit in het parlement, maar laat dat vooral eens gebeuren, daar zit een deel van het electoraat op te wachten.

“Het is een illusie dat je personen met uiteenlopende politieke voorkeuren bij elkaar kunt zetten en dat dan ongekleurd beleid is te verwachten. Alleen al door het maken van keuzes worden ministers politieke figuren en wordt een kabinet ‘politiek’.”

Maar een ongekleurd beleid is onmogelijk, dat is ook onzinnig. Wie vraagt dat? Maar een mainstream gemiddeld beleid dat gevoed door de partijen aan de extremiteiten van het politieke spectrum door een kabinet met niet-politieke bewindslieden wordt gerealiseerd op basis van vakkennis, dat is goed mogelijk. Goed gecontroleerd door de Tweede Kamer. Het is er tijd voor.

Extraparlementair kabinet

Jan Schinkelshoek concludeert met deze oplossing:

Een nieuw kabinet treedt aan op basis van een handjevol minimale afspraken [‘op de achterkant van een sigarendoos’], de nieuw aantredende ministers werken het uit tot een regeringsprogramma en het parlement, de nieuwe coalitie voorop, beziet het van enige afstand en legt zich vooral toe op controle.

Nieuwe verkiezingen zijn niet nodig

Nieuwe verkiezingen zijn niet nodig. Wij als burgers kunnen het kabinet vullen met capabele ministers van een positie elders. Wij nomineren zèlf, nu nog onbekende, kandidaten op basis van hun cv, publicaties en onze eigen ervaring. Discreet bij de voorzitter@tweedekamer.nl of openbaar met de tag #ministeriabel. Het is dan aan de Tweede Kamer om de huidige demissionaire ministers een voor een te vervangen door nieuwe. 

Vooral de kandidaten die zich niet uitspreken over politiek en partijvoorkeur, maar alleen over de inhoud, zijn geschikt. Als het telefoontje komt vanuit het presidium dan hebben ze een dag de tijd erover na te denken, net zoals nu. Ervaring met een werkgever die met meerdere stemmen spreekt, maar wel met grote budgetten werkt is een grote plus. Reorganisaties en crisissituaties tot een goed einde brengen is ook een aanbeveling. 

Een kennismaking met alle Tweede Kamer-fracties en daarna de plenaire Tweede Kamer met de stemming maakt het af. De kandidaat kan altijd afzien van die laatste stap om reputatieschade te voorkomen.

Voor de derde dinsdag van september moet het nieuwe kabinet een begroting voorleggen aan de Tweede Kamer. 
De verkiezingsprogramma’s van de partijen en de verkiezingscampagne geeft een kabinet genoeg richting om verder te kunnen. Lukt dat niet? Stel de Tweede Kamer een goede vraag en laat ze een ècht goed debat erover voeren. Het land zal massaal inschakelen. Alle kwesties zijn dan vrij en partijen kunnen continue bij elkaar op zoek naar een meerderheid per onderwerp. 

En het regeerakkoord? Dat ontstaat gaandeweg en blijft dynamisch. Het kabinet kan ook deliberatieve bijeenkomsten organiseren met opgetrommelde burgers die bijgepraat worden door experts. Dit levert doorgaans een gematigd en werkbaar beleidsadvies. 

Dit is geen voorstel voor een ‘zakenkabinet’, want die wordt aangesteld om op de zaken te passen totdat er weer een ‘gewoon’ kabinet komt. Technocraten moeten het ook niet zijn, want het is juist tijd dat de menselijke maat terug komt. Ze zijn ook politiek eindverantwoordelijk, ze worden gecontroleerd door de tegenmacht, de Tweede Kamer. Laten we het een ‘burgerregering’ noemen.

Versplintering versus bestuurbaarheid naar aanleiding van de Spaanse verkiezingen

De versnippering van het Spaanse politieke landschap is problematisch volgens de buitenlandredacteur van Trouw. Terecht citeert ze een wetenschapper die bevestigt dat mensen zich nu beter gerepresenteerd weten. Maar in het stuk wordt geen onderscheid gemaakt tussen bestuur en volksvertegenwoordiging. Het probleem zit ‘m namelijk in het bestuur, dat moet volgens de 20e eeuwse traditie politiek gekleurd zijn. Zonder nu populistisch ‘een zakenkabinet’ als panacee te roepen is het wel belangrijk om dit pijnpunt te ontleden. 

Terecht citeert ze een wetenschapper die bevestigt dat mensen zich nu beter gerepresenteerd weten. Maar in het stuk wordt geen onderscheid gemaakt tussen bestuur en volksvertegenwoordiging. Het probleem zit ‘m namelijk in het bestuur, dat moet volgens de 20e eeuwse traditie politiek gekleurd zijn. Zonder nu populistisch ‘een zakenkabinet’ als panacee te roepen is het wel belangrijk om dit pijnpunt te ontleden. 

In Nederland worden de leden van de regering gelukkig niet direct gekozen. Dat biedt mogelijkheden. Nu kiest de zogenaamde ‘winnaar’ van de verkiezingen coalitiepartners uit en die mogen ministers uit de eigen partij aanleveren. De Tweede Kamer geeft dan met een krappe meerderheid vertrouwen aan die hele ploeg ministers. Die ploeg moet dan werken volgens een gezamenlijk, met veel moeite, opgesteld richtinggevend document; het regeerakkoord. Een document dat verder weinig formele waarde heeft, maar wel nuttig is om de coalitiepartijen elkaar te laten vertrouwen. 

Het zou al een doorbraak zijn als de Kamer de ministers individueel vertrouwen geeft. Als er dan eentje wegvalt kan die vervangen worden door een ander, want heeft geen eigen mandaat van de kiezer. Dat betekent dan ook dat het regeerakkoord vervangen moet worden naar permanente onderhandelingen in de gangen en kamertjes van het Binnenhof. Dit is een praktijk die we nu toch al vaker zien. Zo valt het onderscheid tussen coalitie en oppositie weg en dat is weer een grote winst voor de democratie: iederéén telt mee!

Dat hoeft geenszins te betekenen dat regeren onmogelijk wordt. Dat zien we bij demissionaire kabinetten, dat kan maanden door gaan. De meeste wetgeving is technisch en de overheid is zo wendbaar als een tanker. Het zijn alleen de echt politieke kwesties waarover onderhandeld moet worden. Die onderhandelingen vinden nu plaats tijdens de informatie-periode. Lastige kwesties worden dan uitgesteld (“meer onderzoek is nodig”) om na een paar jaar weer op te spelen, waarmee het einde van de coalitie wordt ingeluid en we weer naar de stembus kunnen. Dat is inderdaad onbevredigend. In het gepolariseerde Spanje zijn er splijtende kwesties die zo alles lam leggen. 

Als een enkele minister geen compromis weet te bereiken met de verschillende partijen in de Tweede Kamer zou die vervangen moeten worden door een andere. De rest van het kabinet kan gewoon doorgaan. De ministers die uiteindelijk overleven zijn degenen die het beste compromissen weten te smeden. Daarbij is een uitgesproken politieke kleur en partijloyaliteit eerder hinderlijk, belangrijker is integriteit, gezag en kennis van zaken. 

De boodschap voor de burger is dan ook dat een democratie geen winnaars en verliezers kent door verkiezingen. Iedereen wint en verliest af en toe, maar iedereen telt wel mee, wordt gehoord en kan invloed hebben op de uitkomst als er een onderling vertrouwen is in het parlement. 

Bèta-kennis nodig voor beleid, maar bestuur is nu alfa

In Trouw betogen Tamara Bos en Jan Peter Blok op 22 augustus 2018 dat bèta-kennis nodig is voor beleid. Maar als ze tellen wie er een bèta-achtergrond hebben in het parlement of de regering komen ze niet verder dan Eric Wiebes.

Het betoog wordt passend geopend met:

Een auto die snel rijdt, vervuilt natuurlijk per definitie minder, want die is sneller op zijn bestemming.” Nadat Mark Rutte door een journalist met deze uitspraak werd geconfronteerd, gaf hij direct toe dat dit een redenatie is die enkel door een alfa kan worden bedacht.

Als bestuurders niet meer afkomstig zijn uit het parlement maar op grond van een profiel uit de burgerij worden gehaald dan ligt het voor de hand dat het parlement zelf een beta-achtergrond als vereiste inbrengt. Waarmee de kans op een partijlid nog verder daalt.

 

Opfrissing wil parlement versterken maar wil ook districtenstelsel

In een opiniestuk in de Volkskrant op 21 augustus 2019 schrijven Boris van der Ham en anderen van Opfrissing! een pleidooi om het parlement te versterken.

Goede analyse:

De echte debatten vinden vaak niet plaats in de openbare vergaderzalen van het parlement, maar in de fractiekamers.

over de fractiediscipline. Want:

Niet de feiten, het inzicht of het algemeen belang telt, maar het behoud van de nipte coalitiemeerderheid.

Dit is ook leerzaam en vermoedelijk niet bekend, over de fractiediscipline:

Het getuigt van kracht als dat ook onder de Kamerleden van een partij zichtbaar is. Nog maar enkele decennia geleden kwam het bij belangrijke debatten voor dat er meerdere woordvoerders per fractie spraken, om de verschillen die binnen een fractie leefden te verwoorden. Nu is dat ondenkbaar. Fracties zijn als de dood dat die verschillen als ‘interne ruzie’ worden gezien.

De remedie is helaas ouderwets en niet overtuigend. Een speciaal districtenstelsel, zonder de nadelen van de districtenstelsels zoals in de  VS, VK e.d. Het begint heel goed met:

Bovenstaande veranderingen zijn te realiseren zonder ook maar één regel in de wet te veranderen.

Dat is een goed uitgangspunt. Kom niet met maatregelen die wetswijzigingen nodig hebben. Helaas:

Maar om de parlementaire cultuur aan te passen, is wel een structurele wijziging nodig.

En dan wordt dat districtenstelsel verdedigd.

Terwijl er terecht wordt opgemerkt:

Volgens ons is het juist de onnatuurlijke eenvormigheid die de kiezer van de politiek doet vervreemden.

Pas na het doorknippen van het verband tussen politieke partijen en het bestuur trek je echt fundamenteel het kleedje uit onder de fractiediscipline. Regeren met wisselende minderheden is dan immers de norm. Daarover schrijven van der Ham c.s. ook terecht:

Tijdens de vorige kabinetsperiode ontbrak in de Eerste Kamer een meerderheid voor de regering. Dat had tot gevolg dat ook oppositiepartijen bij het beleid werden betrokken, en het parlement opbloeide. Niettemin werd deze optie tijdens de afgelopen kabinetsformatie als ‘onwenselijk’ bestempeld.

Zie ook mijn bijdrage aan ‘Opfrissing!’ in de vorige blogposting.

Opfrissing: volksvertegenwoordigers en bestuurders opdelen levert een ‘burgerregering’

Het onderstaande staat ook op opfrissing.nl zelf.

Opfrissing suggereert onder andere het mogelijk maken van minderheidsregeringen.

Waarom is dit zo belangrijk en hoe zou D66 daar vorm aan kunnen geven?

Volksvertegenwoordigers als bestuurders levert onvrede

Om dit duidelijk te krijgen is het van groot belang om altijd een helder onderscheid te maken tussen volksvertegenwoordigers en bestuurders. De eerste worden gekozen en de tweede ‘komen ergens vandaan’.

De politieke onvrede van burgers, wereldwijd, wordt doorgaans niet door de democratie veroorzaakt maar door de politici. Sterker nog, ‘democratische’ landen krijgen nog steeds de voorkeur boven corrupte landen. Men stemt letterlijk met de voeten voor democratie, ook al is dat levensgevaarlijk.

Men is vooral ontevreden over de politici met macht. Ze doen dan hun vertegenwoordigende werk al snel minder goed in de beleving van de burger. Ze zeggen en doen wat wat afwijkt van wat beloofd was in campagnetijd.

De uitzonderingen hierop zijn de volksvertegenwoordigers die geen ‘verantwoordelijkheid nemen’, zoals dat denigrerend wordt genoemd door de gevestigde partijen. Dergelijke politici zijn juiste goede volksvertegenwoordigers in de letterlijke betekenis en worden soms zelfs zelf bestuurder.

Worden ze bestuurder dan voeren ze hun campagnebeloftes letterlijk uit of ze gaan zich alsnog als gewone politici gedragen en overleven ze de volgende verkiezingen niet.

Ideologisch geëmancipeerde burgers zoeken authenticiteit

Er is nu een politieke markt voor extreme volksvertegenwoordigers die zich specialiseren in het vertegenwoordigen van het volk door zich af te zetten van de partijen die het land (mee)besturen. In presidentiële ‘winner takes all’-districtenstelsels is het zelfs mogelijk te winnen: Trump werd president, Marine le Pen bijna.

De zogenaamde ‘bestuurderspartijen’ zijn de afgelopen decennia zo vertrouwd geworden met hun besturende rol dat ze het vertegenwoordigende deel, met name het ideologische, verliezen. Dat er politieke compromissen gemaakt moeten worden is nog wel uit te leggen, maar dat de politieke ideologie moet sneuvelen niet.

Bij burgers komt dit al snel over als ‘corrupte politici’. Sommige partijen zoals de VVD komen daar mee weg, andere moeten ‘herbronnen’. Het CDA en nu ook D66.

Doordat de ideologisch geëmancipeerde burger op zoek is naar authenticiteit bij de kandidaten (Klaver, Baudet, Wilders, Buma) wordt het in Nederland moeilijker een meerderheidscoalitie te vormen. Het midden erodeert.

Coalities zijn noodzakelijk en niet erg

Het vormen van een coalitie is op zich wel te verdedigen als het gaat om het bundelen van de krachten in het parlement op bepaalde overeenkomstige thema’s. Daardoor voorkom je dat alle Kamerleden permanent over alles moeten onderhandelen. Maar het gaat fout als het smeden van een coalitie recht geeft op het leveren van bestuurders. Een relatief recent fenomeen van na de oorlog.

Deze toegang tot de macht maakt de politici van bestuurderspartijen ongeloofwaardig voor burgers. Ze willen gewoon een baantje met veel macht! Plucheplakkers! Dat is schadelijk voor het aanzien van de democratie.

Verander alleen ongeschreven regels

Deze ongeschreven regel kan elk moment opgegeven worden door bestuurderspartijen. Met name D66 kan dit doen om ideologisch geloofwaardiger te worden: goed voor het aanzien van de democratie en vooral de politici erin. De formele regels veranderen is een hachelijke en tijdrovende zaak weet D66 uit eigen ervaring.

Het zou waanzin zijn voor D66 om uit de regering te stappen zonder een goed alternatief. In plaats van D66-bewindslieden in het kabinet achter te laten is het zaak om (een zo groot mogelijk deel) van het kabinet te ‘democratiseren’. Om te beginnen met de minister die over democratie gaat en het referendum heeft afgeschaft, Ollongren van Binnenlandse Zaken.

Vacatures opgesteld door Kamer

Laat de minister door de plenaire volksvertegenwoordiging kiezen. Om de ministerspost los te koppelen van de persoon stelt de Tweede Kamer eerst een profiel op van de ideale opvolger. Dan worden alle burgers gevraagd om uit te kijken naar een goede kandidaat en die te nomineren met een mailtje naar voorzitter@tweedekamer.nl

Er komen maximaal 17 miljoen namen binnen waaruit een eerste selectie makkelijk te maken is. De burgers die een suggestie deden van iemand die het niet is geworden krijgen een antwoord met uitleg op welke punten de kandidaat niet voldoet. Burgers antwoord met uitleg geven is ook democratisch.

Uiteindelijk blijven er honderden of duizenden geschikte kandidaten over. Het is onwaarschijnlijk dat ze partijlid zijn. Als gewone burgers hebben ze in het geheim gestemd. Waarschijnlijk op verschillende partijen en waarschijnlijk hebben ze regelmatig spijt gehad van hun keuze, zoals de meeste burgers.

Kamerleden doen burgers een ‘aanzoek’ om minister te worden

De best gekwalificeerde kandidaten worden na een besloten vooronderzoek fysiek opgezocht door de Kamercommissie. Voor een besloten interview met de kandidaat en diens omgeving. Als daaruit geen zwaarwegende medische of persoonlijke bezwaren uit naar voren komen dan volgt het verzoek (of aanzoek?) mee te doen aan de verdere procedure.

De aandacht van en het omgaan met de media is voor de kandidaat dan vergelijkbaar met het kennismaken met potentiële schoonouders. Ze zullen hun geschiktheid al kunnen etaleren door over kennis en kunde te praten en journalisten zullen sommige kandidaten laten inzien dat het beter is zich terug te trekken.

Degenen die het niet geworden zijn hebben door de nominatie op zich al een soort lintje gekregen die ze de rest van hun leven als opsteker kunnen gebruiken. Bij een volgende vacature zullen ze waarschijnlijk weer genomineerd worden.

Het ambt kiest jou en niet andersom

Op deze manier worden de ijdeltuiten zonder capaciteiten die zich naar voren ellebogen zoveel mogelijk uitgefilterd. Het ambt kiest jou en niemand kan er voor kiezen om minister te worden. Dat betekent ook dat degenen met die ambitie zich niet meer bij een politieke partij moeten melden maar zich moeten bewijzen in de gewone wereld. Iedereen met wie je omgaat kan jou ooit nomineren. Het ‘afbreukrisico’ is klein. Totdat de Kamercommissie zich bij de receptie meldt is er geen sprake van dat je een kans maakt.

Politieke partijen als ideologische bron

Dit schoont de politieke partijen op van degenen die niet echt volksvertegenwoordiger willen en kunnen zijn. Lid worden van een partij heeft alleen zin om inhoudelijke, ideologische redenen. Partijen zullen zich meer als denktank en ideologische bron kunnen profileren.

Kamerakkoord

Eenmaal geïnstalleerd als minister of staatssecretaris hoeven de bestuurders zich ook nooit aan een enkele partijdoctrine te houden. Ze moeten rekening houden met de volledige Tweede Kamer en vooral de kwaliteit van het beleid. Daar worden ze op afgerekend. Het ligt voor de hand dat ze dan wel een leidraad krijgen in de vorm van een Kamerakkoord, zoals er op gemeentelijk niveau soms al een Raadsakkoord bestaat.

Democratiseer het bestuur

Door alle burgers de gelegenheid te geven andere burgers te nomineren als bestuurder wordt het verschil tussen volksvertegenwoordiger en bestuurder duidelijker voor iedereen. Heeft jouw leidinggevende bijvoorbeeld de capaciteiten? De grootte van je campagnebudget doet er niet toe. Amerikaanse toestanden waarbij (het kopen van) aandacht bepaalt of je president wordt voorkom je hiermee. Toch is dit geen regulier ‘zakenkabinet’ of een kabinet met ‘technocraten’. Dit kan je beter een ‘burgerregering’ noemen, om het verschil met de volksvertegenwoordiging te benadrukken.

Zakenkabinet is anders

De bestuurders zijn namelijk aangenomen door de grootst mogelijke meerderheid van de Tweede Kamer voor onbepaalde tijd. De leden van een zakenkabinet daarentegen krijgen de opdracht om op de tent te passen omdat het niet lukt om op een traditionele manier tot een regering te komen.

Ook technocraten hebben ideologie nodig

Technocratische oplossingen kunnen ze ook niet opleggen. De Tweede Kamer in de vorm van het Kamerakkoord, maar ook de programma’s van alle partijen samen, geven de ideologische bandbreedte aan waarbinnen ze kunnen opereren. Ze hebben wel meer ruimte om beleid te baseren op onderzoek en cijfers, maar het kader daarvoor wordt ideologisch aangegeven door de volksvertegenwoordiging. Immers, technocraten kunnen en konden ook Hitler’s ideologie uitvoeren. De treinen op tijd, alleen de bestemming was verkeerd.

Geen minderheids- maar burgerregering

Kortom, D66, stap uit de regering, maar vervang de ministers door burgers. De kiezer zal dit belonen als D66 dit ook na de volgende verkiezingen weer weet af te dwingen. De term minderheidsregering is alleen minder toepasselijk, het is een ‘burgerregering’ gekozen door de volksvertegenwoordiging.

Politieke fragmentatie is differentiatie. Is goed.

Martin Schulz en Paul Frissen schreven een essay waarin ze de vaak gehekelde politieke fragmentatie neerzetten als politieke differentiatie. Heel goed dus. Ze hekelen juist het dichtgetimmerde besturen in Nederland, waarbij de oppositie tamelijk machteloos is. Beter is het om aan het begin van een regeerperiode een minder gedetailleerd akkoord af te spreken met de hele volksvergadering, zodat iedereen af en toe eens wat anders mag en kan vinden. Minder fractiediscipline.

Dit sluit mooi aan bij de gedachte achter deze blog, voor het eerst geformuleerd in NRC Handelsblad op 29 augustus 2006. Dit essay verschijnt slechts 12 jaar later, best snel als je ziet wat er op het spel staat voor de ‘verliezers’ van deze benadering.

Mooi is ook dat in dit essay de burger als winnaar van de ‘fragmentatie’ wordt gepresenteerd. Terecht.

Het essay is hier helemaal gratis te downloaden als PDF van slechts 43 pagina’s: “Politieke fragmentatie – Balanceren tussen effectiviteit, legitimiteit en representativiteit”