Alle berichten van rrustema

Over rrustema

Initiator and manager of petities.nl (Dutch national petitions website)

Kamerervaring nodig voor ministers?

Eén kritiekpunt dat overblijft is dat het goed is voor ministers als ze ervaring in de Tweede Kamer hebben. Volgens Gijs Jan Brandsma en Mark Bovens:

Verreweg de belangrijkste risicofactor voor bewindslieden is echter onervarenheid op het Binnenhof. Bewindslieden die geen parlementaire ervaring hebben lopen maar liefst 70% meer kans om te moeten opstappen dan bewindslieden die wel Kamerlid zijn geweest.

Maar ook Gerdi Verbeet reageerde met deze kritiek op het voorstel om ministers voortaan van buiten de politiek te laten komen.

Wat zou hier een goede remedie tegen zijn? Voor aantreden een korte training over het informeren van de Tweede Kamer?

Obama: ‘It’s not cool to not know what you’re talking about’

In een speech voor class 2016 van Rutgers University bepleit Obama professionele politici. Ook hij maakt geen onderscheid tussen bestuurders en volksvertegenwoordigers, maar we kunnen wel veronderstellend dat hij de besturende politici bedoelt.

(…) it’s interesting that if we get sick, we actually want to make sure the doctors have gone to medical school, they know what they’re talking about.  (Applause.)  If we get on a plane, we say we really want a pilot to be able to pilot the plane.  (Laughter.)  And yet, in our public lives, we certainly think, “I don’t want somebody who’s done it before.”

Lees de hele speech op whitehouse.gov.

Voorbeelden op Politalk ondersteunen dit voorstel

Op Politalk.nl verschijnen allerlei discussies over de Nederlandse politieke actualiteit. Wat er voorbij komt is dikwijls een ondersteuning voor het voorstel van deze blog.

Zie bijvoorbeeld de posting over minister Ard van der Steur als debater.

Altijd had hij een mening klaar. Maar hij is geen student of Kamerlid meer, hij is minister, een bestuurder met andere verantwoordelijkheden.

Maar ook de continuïteit in beleid is problematisch. Veel VVD-ministers zullen niet terugkomen, als de VVD zelf al in de regering komt.

Wanneer de VVD straks toch aanschuift in een nieuwe coalitie (…) keert bijna de helft van de huidige zeven liberale ministers, op eigen verzoek, niet meer terug.

Of over de onvermijdelijkheid van een coalitie met 6 partijen.

een meerderheidscoalitie over rechts zónder de PVV is niet mogelijk.

Een centrum-linkse coalitie dan? Dat is zeker mogelijk. Het kabinet Buma I bestaat dan uit zes partijen

Kortom, tijd voor wat anders!

En ook volksvertegenwoordigers kunnen beter een professional zijn

In De Volkskrant van 7 november 2015 een pleidooi dat ook volksvertegenwoordigers beter zijn als professional, ondanks een verlangen naar de buitenstaander, een amateur.

Anne Bos, van het Nijmeegse centrum voor parlementaire geschiedenis:

“Debatteren leer je niet achter je bureau, en de ongeschreven regels van timing en coalities smeden staan niet in het reglement”

Wim Voermans, hoogleraar Staatsrecht in Leiden:

“Ervaren politici vinden slimmer compromissen”

“Weten wat je aan elkaar hebt, helpt om een oplossing te vinden”

“Parlementariërs met een groot netwerk krijgen makkelijker een Kamerbrede meerderheid bij elkaar.”

CDA-prominent Jan Schinkelshoek

“Weten wat er speelt, is in Den Haag fundamenteel.”

Conclusie van het pleidooi:

Afgaand op de peilingen zou de PVV bij nieuwe verkiezingen naar een recordhoogte van 36 zetels gaan. Terwijl nummer 12 tot en met 36 van de PvdA het veld zouden ruimen. Vernieuwing is leuk, maar die komt al automatisch op gang. De uitdaging is nu juist: continuïteit en ervaring bewaren.

Iedereen moet minister kunnen zijn

Op 13 oktober 2015 in een iets kortere versie verschenen in Trouw.

Het recente rapport “Meer democratie, minder politiek” van het Sociaal en Cultureel Planbureau laat zien dat Nederlanders tevreden zijn met hun democratie, maar niet met hun politici. Men wil wel meer inspraak, maar veel referenda hoeft ook weer niet. Liever de representatieve democratie met af en toe verkiezingen of een referendum dan een directe democratie met referenda over alles. Het alternatief voor politici wekt ook geen enthousiasme: “er is weinig steun voor besluitvorming door ondernemers of onafhankelijke experts. De grootste groep verkiest gekozen politici boven ondernemers en experts.”

Waar burgers volgens het SCP aanstoot aan nemen is het gepraat van politici. Ze gaan hun eigen gang of ze beloven veel en maken weinig waar. Het is, kortom, de partijpolitiek waar burgers genoeg van hebben. De spanning binnen een coalitie en met de oppositie is onnavolgbaar en weinig inhoudelijk. Het geeft politici een slechte reputatie, alsof ze vooral met zichzelf bezig zijn en niet met het land en de burgers.

Steven van Eijck was staatssecretaris in Balkenende I (2002), maar geen partijlid – foto Wikicommons

Er is een gulden middenweg die nu niet op het netvlies staat en ook niet onderzocht is. Partijpolitiek kan voorkomen worden door de directe toegang tot de macht voor de ‘winnaars’ van de verkiezingen af te snijden: laat de volledige Tweede Kamer vacatures opstellen voor de ministers, waar alle burgers op kunnen solliciteren. Bij verdere fragmentatie en polarisatie wordt een coalitie nu al steeds moeilijker. Maar een commissie die profielen opstelt voor de uitvoerende bestuurders is goed te doen. Documenten opstellen is dagelijkse kost voor Kamercommissies. Lidmaatschap van een partij zal dan als eis sneuvelen, want daar zal nooit overeenstemming over zijn. Maar over de speciale vaardigheden en de cv van de kandidaat wel. Zo krijg je alsnog die experts die ons miljarden kunnen besparen door geklungel te voorkomen.

Technocraat? Ontslag
Ondertussen blijft de representatieve democratie overeind, geen enkele wet hoeft hiervoor aangepast te worden. Volksvertegenwoordigers kunnen zich beperken tot de controle van de macht en het vertegenwoordigen van het volk. Zonder fractiediscipline, want partijen kunnen zich dan specialiseren op ideeën in plaats van het verkrijgen van macht. Fragmentatie van de partijen is dan geen probleem meer, want het bestuur is stabiel: incompetente bestuurders kunnen bij meerderheid van stemmen vervangen worden zonder dat we naar de stembus hoeven.

De grootste winst voor de democratie zit in de ingebouwde dialectiek tussen bestuur en volksvertegenwoordiging, heel dualistisch. In plaats van gepacificeerd in een coalitie met een regeerakkoord wordt het conflict tussen wens en daad uitgevochten in de openbaarheid. Gekke wensen worden door de minister ingetoomd met argumenten die verwijzen naar grondrechten, verdragen, natuurwetten, de stand van de technologie of te weinig budget. De burger kan zich weer goed herkennen in een eigen politicus en het bestuur heeft democratische legitimiteit. Dit levert geen technocratie op zonder democratische controle, want wie zich als technocraat ontpopt wordt weer ontslagen door de volksvertegenwoordigers.

Ook levert dit geen ‘zakenkabinet’ op dat op de tent past en politieke keuzes mijdt. Deze ministers volgen de wil van hun baas, het volk, door verkiezingsprogramma’s en uitspraken te bestuderen en vaak steun voor keuzerichtingen te vragen aan de Tweede Kamer door een handopsteken. De visie van zo’n dienende uitvoerder is gebaseerd op het draagvlak ervoor plus wat de publieke zaak vraagt. Als het volk het te gek maakt, dan kan de beroepseer zwaarder wegen: ‘voor mijn beleid heb ik uw vertrouwen nodig, anders zoekt u maar iemand anders.’ Een dergelijke minister is dus geen superambtenaar, maar wel degelijk iemand die politieke verantwoordelijkheid neemt. Geachte formateur, onderzoek deze optie!

compliment op Blendle

Gastblog: Van der Steur werd CEO van Philips omdat ie ervaring had bij de Mediamarkt

Gastblog van Ton F. van Dijk. Eerder, sinds 27-9-15 al, op zijn eigen f-site.

Laten we wel wezen: het ministerschap is een extreem zware baan met nog extremere valkuilen. Het vraagt veel van iemand om zo’n complexe maatschappelijke functie uit te oefenen. Constant zichtbaar. En ieder moment zijn er mensen bereid het vuurtje, dat moet leiden tot je definitieve ondergang, aan te steken.

Dit maakt de functie heel “bestuurlijk”, zoals dat wordt genoemd. Indien je minister bent dien je dus over zekere competenties en werkervaring beschikken. Het liefst heel veel bestuurlijke ervaring zo lijkt me,

In het bedrijfsleven zijn er speciale headhunters voor bestuurlijke topposities. Wie CEO wil worden van grote bedrijven als Philips of Shell wordt eindeloos gescreend.

Je komt er niet als je op je 30e niet al directeur was van een landenvestiging. Als je niet uitblonk door je managementvaardigheden. En als je niet rond je 40e over de bestuurlijke ervaring beschikt van een 55 jarige.

Kortom: voor een bestuurlijke topfunctie moet je nog al wat in huis hebben. Naast de juiste competenties en vaardigheden vooral toch relevante werkervaring. Dat zal iedere headhunter je kunnen bevestigen.

Dus naar wie ga je op zoek? Als de vraag krijgt, om na het vertrek van Ivo Opstelten als minister een bestuurlijk zwaargewicht als opvolger te zoeken?

Je bladert door je kaartenbak en selecteert op aantoonbaar trackrecord. Iemand die in het verleden heeft bewezen dat hij of zij een dergelijke zware bestuurlijke baan aan kan. Iemand ook met ervaring in crisismanagement. Want het departement van Justitie is “out of control” zo staat in de briefing, die je kreeg van opdrachtgever Mark Rutte. En zo vertelde ook Ivo Opstelten je in een achtergrondgesprek.

Nu is de grote vraag: Hoe groot is de kans dat je als ervaren headhunter op basis van bovenstaande profiel uit komt bij de huidige minister Ard van der Steur?

Op dat moment houder van een Antiquariaat in Haarlem. Advocaat te Leiden. En directeur van Kaviaar Holding BV? Oh ja, en hij is ook enige tijd gemeenteraadslid en Kamerlid geweest. En winnaar van diverse debatwedstrijden niet te vergeten. En zelfs ambtenaar van de burgerlijke stand. Een echte “rasbestuurder” dus.

De vraag stellen is hem beantwoorden. De kans dat je bij Ard van der Steur uitkomt is nul. Nihil. De man is qua achtergrond, ervaring en aantoonbaar trackrecord op bestuurlijk gebied totaal onervaren. Heeft zelfs nog nooit een zware bestuurlijke functie bekleed.

In het bedrijfsleven zouden ze zeggen: Van der Steur is een bestuurlijke nitwit.

Bij een headhunter met enige kennis van zaken zou Ard van der Steur niet eens zijn uitgenodigd voor een gesprek. Ja misschien als beleidsmedewerker, maar niet voor de vacature van minister.

Schermafbeelding 2015-09-27 om 10.15.41

Hoe kan het dan dat hij de baan toch kreeg? Omdat je in de politiek niet hoeft te beschikken over een bestuurlijk trackrecord. Het gaat er niet om wat je kan, maar wie je kent. Wie je vriendjes zijn. En of je een beetje welbespraakt meedoet in de Tweede Kamer. En op het juiste moment op de juiste plek bent. In de nabijheid van Mark Rutte bijvoorbeeld.

De politiek rekruteert eigenlijk volkomen at random. Niks bestuurlijke ervaring op topniveau. niks ervaring met het leiding geven aan ingewikkelde maatschappelijke organisaties of veranderingsprocessen. Gewoon lid van de juiste studentenclub. Dat is soms voldoende. 

Arme Van der Steur, hij heeft het postuur en de uitstraling van een zwaargewicht. Maar hij werd directeur van Philips omdat ie werkervaring had bij de Mediamarkt en daar wel eens een Philips televisie heeft verkocht.

Dit is dan ook het antwoord op alle 78 kamervragen die morgen pas naar de Kamer worden gestuurd. Bij deze uitgelekt. Lees hier de antwoorden op de vragen.

Beelden: NOS

Pechtold over bestuurlijke vernieuwing: PvdA, CDA en VVD het probleem

Pechtold in een dubbelinterview met Van Reybrouck op 27 juni 2015 in NRC Handelsblad:

hoe je die bestuurlijke vernieuwing ook aanvliegt, of je het nu politiek afdwingt of je probeert het van onderaf te organiseren – het verzandt allemaal zolang PvdA, CDA en VVD elkaar in wisselende machtsgijzeling ervan weerhouden.

Als D66 in de positie is, dan is het met dit voorstel mogelijk om zowel deze partijen niet aan de macht te laten komen als bestuurlijke vernieuwing door te voeren. De prijs: zelf ook geen macht. Maar wel fundamentele, sensationele bestuurlijke vernieuwing waarmee wereldwijd een voorbeeld gezet kan worden. En die ook een voorbeeld moet zijn voor de EU. Want Pechtold zei ook:

ik denk ook dat we meer de prioriteit bij de Europese democratie moeten leggen dan bij de nationale.

Reactie op De Grote Vraag van NRC Handelsblad: Een land zonder politieke partijen?

Op 14 maart 2015 schreef Thijs Niemantsverdriet in NRC Handelsblad een aflevering van De Grote Vraag. 
Thijs Niemantsverdriet schetst drie oplossingen om de euvelen van de representatieve democratie te verhelpen (in De Grote Vraag op 14 maart). Voor de eerste, een nieuw soort partijen, is het noodzakelijk dat ze de kans op macht (met een coalitie) opgeven voor gegarandeerde invloed. Er ontstaat dan een situatie waarin alle partijen oppositie worden als alle leden van de regering solliciteren bij de plenaire Tweede Kamer. Niet partijlidmaatschap, maar kennis, kunde en geleverde prestaties zijn dan de enige criteria voor kandidaat-ministers.

Hiermee voorkom je het kernprobleem dat ontstaat wanneer volksvertegenwoordigers ook gaan besturen, zoals nu. Dat trekt ook mensen aan die op macht uit zijn; partijen zijn niet langer idealistisch. Dan gaat het mis en neemt het vertrouwen van burgers in ‘de politiek’ af. Partijen leveren immers zelf de bestuurders uit eigen gelederen. In plaats daarvan moeten ze derden aanstellen die de wens van een meerderheid van de volksvertegenwoordiging moet uitvoeren. Gewone burgers die zich kwalificeren voor het werk.

Nu hebben we de zogenaamde ‘bestuurderspartijen’ die dankzij het ‘winnen van de verkiezing’ (vreemd, alle gekozen Kamerleden winnen toch?) een coalitie mogen vormen op grond van een regeerakkoord. Deze ongeschreven regels werken corrumperend en zijn een bron van cynisme voor veel burgers. Er is geen enkel formeel obstakel voor de Tweede Kamer om een volgende formatie anders uit te voeren. Hoe het nu gaat bestaat voornamelijk uit traditie, het kan gerust anders.

Als de formatie resulteert in vacatures voorkom je ook dat de volksvertegenwoordigers worden gezien als baantjesjagers die vooral bezig zijn met zichzelf of hun partij. Het politieke theater gaat nu helaas voornamelijk om de poppetjes, een dozijn fractie-voorzitters en hun partijen. De andere Kamerleden doen er niet toe, ze mogen zich zelfs niet profileren ten koste van ‘de leider’. Dat is jammer, want personalisering en populisme in de politiek zijn niet slecht, zoals dat gepresenteerd wordt bij de derde oplossing van Niemantsverdriet. Het zijn beproefde instrumenten om veel burgers betrokken te houden. Als de rol van de volksvertegenwoordiger dan maar wel beperkt blijft tot precies dat: het volk vertegenwoordigen.

Voor de herkenbaarheid hoort daar dan ook de naam bij van een partij, maar zonder zicht op macht is er geen discipline nodig en is een openbare, inhoudelijke discussie mogelijk. De partij hoeft geen ondeelbaar blok meer te zijn, maar is eerder een ideologische familie. Door het inleveren van rechtstreekse macht is er alleen invloed van de individuele volksvertegenwoordiger op de politiek verantwoordelijke uitvoerder, zoals een minister of staatssecretaris. Als een meerderheid van volksvertegenwoordigers het onderling eens is over een andere koers moet de minister dat overnemen als nieuwe opdracht. Af en toe zal een goede bestuurder ook beleid door moeten zetten zonder dat er een meerderheid voor is. Louter op grond van kennis van zaken vraagt zij dan het vertrouwen van de volksvertegenwoordiging om het oordeel uit te stellen. Als de wil van de volksvertegenwoordiging niet die van de expert volgt, dan houdt de uitvoerder de eer aan zichzelf en levert de opdracht in: “dit gaat niet werken, hier wil ik mijn naam niet aan verbinden, zoek maar een ander.” Er ontstaat een vacature die ingevuld kan worden zonder dat er nieuwe verkiezingen nodig zijn. Een extra garantie voor stabiliteit.

Instabiliteit hoeven we niet te vrezen. Als een kabinet nu demissionair is wordt altijd pijnlijk duidelijk dat de volksvertegenwoordigers alleen nodig zijn voor de echt politieke keuzes. Die blijven dan liggen tot na de verkiezingen. Daarnaast ligt veel beleid nu al vast omdat dit in details is vastgelegd in regeerakkoorden, zoals Feitsma maandag op deze plek betoogde. Dat voedt politiek cynisme. Als er geen regeerakkoorden meer zijn kan een omslag in de publieke opinie sneller vertaald worden in beleid, zonder dat er nieuwe verkiezingen nodig zijn. De opdracht van de meerderheid van volksvertegenwoordigers verandert makkelijker als partijen elkaar niet in de greep houden om te regeren. Het wordt dynamischer, politieker, maar zonder instabiliteit.

Politieke partijen kunnen dan doen waar ze heel geschikt voor zijn: het leveren van een coherent ‘wereldbeeld’. De ideeën over wat goed zou zijn voor ons allemaal horen daar vandaan te komen. Als partijen niet al bestaan, dan zouden ze vanzelf snel ontstaan, want in een populatie staat altijd wel minstens een procent op die elkaar hiervoor opzoekt. De rest kan zich dan proberen te herkennen in het resultaat, dit kan het gewenste nieuwe politieke landschap opleveren uit de tweede oplossing van Niemantsverdriet. Daarom is een representatieve democratie ook realistischer dan de ook door hem gesuggereerde directe democratie waarbij grootschalige actieve betrokkenheid wordt verondersteld. De loting die David van Reybrouck voorstelt is daar misschien een alternatief hiervoor, maar hij maakt geen onderscheid tussen bestuurders en volksvertegenwoordigers. Of je een Kamer vult met burgers door verkiezingen of door loting maakt uiteindelijk niet zoveel uit, het is het dualisme tussen bestuurders en vertegenwoordigers dat nu nodig is en doorgevoerd worden in het openbaar bestuur. Burgers moeten hier veel kabaal over maken om dit ook als opdracht aan de formateur terug te zien na de volgende verkiezingen. Partijen zullen dit vanzelfsprekend niet zelf voorstellen.

Reinder Rustema
is oprichter en beheerder van Petities.nl

Pleidooi van Riens Meijer in Het Parool: “Laat ondernemers het land besturen”

Uit ongeduld met het huidige bestel stelt Riens Meijer voor om democratie in te ruilen voor een technocratie:

“De politiek dient via een team jonge, succesvolle ondernemers het
noodzakelijke elan, enthousiasme en daadkracht in het belang van de toekomst van
Nederland te katalyseren. Daarmee ontstaat een aansprekend perspectief door en
voor jongere generaties.

Op landelijk niveau is het zinvol om Singapore qua industriebeleid en
beleidskracht als voorbeeld te nemen. Op gemeentelijk niveau kan het Zwitserse
model, waarbij politiek gekleurde wethouders hebben plaatsgemaakt voor
professionele bestuurders met hart voor de gemeente, als voorbeeld dienen.”

Waarbij hij de representatieve democratie overboord gooit. Die ‘ondernemers’ zouden kennelijk per definitie beter besturen. De bevolking moet altijd via de gekozen volksvertegenwoordiging de baas blijven over de bestuurders, anders krijg je een dictatuur. Hoe ‘verlicht’ die ook zou zijn.

Riens Meijer in Het Parool
Riens Meijer in Het Parool

Hoe komt hij hierbij?

“De politieke ideologieën uit het industriële tijdperk zijn echt achterhaald. De
nieuwe ideologie van het consumentisme kan volstaan met de rechtvaardiging van
consumptief gedrag als persoonlijk bevredigend, maatschappelijk vanzelfsprekend
en economisch noodzakelijk. We zitten nu in een soort overgangsfase naar een
nieuw type samenleving, waarin de voorheen actieve burger wordt afgelost door de
passieve, niet in politiek geïnteresseerde consument.”

Burgers zijn wel degelijk in politiek geïnteresseerd, maar niet via politieke partijen. Wel op onderwerpen bijvoorbeeld, maar niet als paternalistische totaalverhalen. De partijen moeten daarom een veel bescheidener rol krijgen door ze ministers en wethouders niet uit partijen te laten komen, maar uit de burgerij zelf. Maar wel op verzoek en met instemming van de gekozen volksvertegenwoordiging. Iedereen moet kunnen solliciteren op de vacatures die de volksvertegenwoordiging na de verkiezingen uitschrijft.

 

Het Europese Parlement en hoe voorzitter en commissarissen vinden

Zoals het hoofd bureau Europees Parlement betoogde, de nationale politiek zou een voorbeeld moeten nemen aan het Europese Parlment als het gaat om het vormen van een regering. Ja, maar we hebben nog steeds veel wensen.  Nu de verkiezingen in Europa voorbij zijn en het Europese Parlement de gewensde voorzitter heeft gekregen resteert nog een groot bezwaar. Het parlement kan hem niet wegsturen.

De commissarissen komen erna. Kandidaten worden door de lidstaten geleverd. Als het parlement het niet wil, kan het alleen de hele voorgestelde Europese Commissie blokkeren. Er zal een openbare hoorzitting zijn met de kandidaten die de president heeft gekozen uit de kandidaten die de lidstaten naar voren heeft gebracht. Maar het parlement heeft geen wensenlijstje ingeleverd. Weinig burgers kunnen zich kandideren omdat de lidstaten een voorselectie maken. Nadat de Commissie is aangesteld zitten we aan ze vast. Het parlement kan geen individuele commissarissen wegsturen.

Wat zou er verbeterd moeten worden?

  • Het Parlement zou de voorzitter van de Commissie moeten kunnen vervangen als er een meerderheid voor is
  • Elke Europese burger zou op de vacature van Commissaris moeten kunnen solliciteren
  • De Commissaris-vacatures moeten door het Parlement en niet de lidstaten worden opgesteld
  • Parlement moet invidiue if there is a majority in favour.

Apart from obvious changes like the right for the parliament to take the initiative for legislation.